Sri Lanka & De Malediven

Azië was van 31/1 tot 15/2/2001 ons reisdoel en meer bepaald het eiland Sri Lanka met als toemaatje een weekje rust op de Malediven. Een reis met enkele hindernissen …

In Roosendaal ging het al fout: trein gemist dankzij foutieve informatie van de loketbediende. En bij de volgende trein was het weer bijna zover … nog net op tijd konden we erop springen. Op Schiphol aangekomen waren we in enkele minuten ingecheckt – daar kunnen ze in Brussel nog wat van leren! Het vliegtuig waar we mee de lucht in moesten was heel wat minder: een oude Boeing 757-200, qua ruimte en comfort nog net geschikt om eens over en weer mee naar Spanje te vliegen. Slechte reclame voor Martinair, hoewel de service aan boord pico bello was, zoals we dat van hen gewend zijn.

Na 7 uren krap te hebben gezeten mochten we in Abu Dhabi even onze benen strekken. We kwamen plots in een totaal andere wereld terecht met veel pracht en praal en al goud wat blinkt (letterlijk, door de talloze juwelenshops in het luchthavengebouw), met mannen in djellabah en een grote tulband om hun hoofd, met gesluierde vrouwen waarbij alleen hun gitzwarte ogen zichtbaar waren, … zeer mysterieus en fascinerend. Ik had er wel enkele dagen willen blijven. Maar Sri Lanka lonkte ook.

DAG 1
Na nog +/- 4 uren vliegen landden we op Katunayake International Airport te Colombo. Het was toen 5u30 ’s morgens plaatselijke tijd en zo’n 24°, vochtig en warm. We werden verwelkomd door een host van Jetair die ons begeleidde naar hotel Taj Samudra waar we enkele uren konden bekomen alvorens onze chauffeur ons zou komen ophalen voor de stadsrondrit. En hier ging het voor de tweede keer mis: de individuele rondreis die wij in België geboekt hadden was in Colombo als groepstour geboekt. Gelukkig bestond de “groep” slechts uit één ander koppel en zo hebben we een weekje met ons vieren, plus de plaatselijke chauffeur, plus de Belgische tourleader in een minibusje rondgetoerd.

Al van bij de stadsrondrit in Colombo werden we geconfronteerd met het hectische verkeer in de Sri Lankaanse steden. Het is de bedoeling dat er links gereden wordt, maar doordat op die ene weg alles door elkaar rijdt en loopt – en hier spreken we dus over auto’s, bussen, tuk-tuk’s (three-wheelers), fietsers, voetgangers, ossenwagens, honden en niet te vergeten de heilige koeien – wordt er meestal gewoon in het midden van de baan gereden. Meer dan eens hebben we rakelings een tegenligger gepasseerd en even dikwijls hebben we ons hart vastgehouden. We hebben ook begrepen, en vooral gehoord, dat de claxon het belangrijkste onderdeel is aan de wagen.

DAG 2

Na een deugddoende nachtrust in het wat tegenvallende Taj Samudra (een typisch hotel van een keten) mochten we de volgende dag om 7 u aantreden voor onze eerste etappe: via Pinnawela naar Kandy. In Pinnawela bezochten we de olifanten uit het olifantenweeshuis die juist voor hun dagelijks bad door de mahouts naar de rivier waren gebracht. Het had de laatste dagen nogal wat geregend en de dieren hadden er schijnbaar niet echt veel zin in.

Deze rit door enorme palmenwouden en langsheen bananen- en ananasplantages zullen we niet licht vergeten. Aan ieder fruitstandje langs de weg moesten we even stoppen en proeven van alles wat de natuur hier aan sappige vruchten te bieden heeft: bananen klein en groot in het groen, rood en geel, ananassen, lychee’s, ramboutans, mangaoustines, jackfruit, enz.

Zo kwamen we tegen de middag aan in hotel Mahaweli Reach, gelegen aan de Mahaweli Ganga (=rivier) in Kandy. En hotel met klasse waar service nog met een grote S geschreven wordt. Na de lunch maakten we een stadsrondrit in het mooie Kandy, voormalige hoofdstad van het Singalese koninkrijk. Ook een bezoek aan de door de Engelsen gestichte Botanische Tuinen van Peradeniya stond op het programma. Buiten orchideeën en de overal aanwezige lotusbloemen zie je daar tal van andere kleurrijke bloemen zoals hibiscus, frangipani, bougainvilla, enz. Verder staat daar alles wat wij aan kamerplanten kennen in het groot, o.a. een ficus benjamina met een bladerdek van 12 meter diameter. Natuurlijk ook diverse soorten palmbomen en een nooit geziene “canonballtree” met, inderdaad, vruchten die eruit zien als kanonballen.

Tegen de avond brachten we een bezoek aan de mooi verlichte Dalada Maligawa, beter bekend als de Tempel van de Heilige Tand. Zoals overal bij tempelbezoek moesten de schoenen uit en werden de lange rokken en broeken bovengehaald. Vanwege de bomaanslag door de Tamils enkele jaren geleden is de controle aan de tempel enorm streng en we werden dan ook 2x uitvoerig gefouilleerd alvorens we de tempel mochten betreden. De heilige tand van Boeddha hebben we niet gezien, die zit veilig opgeborgen in een schrijn dat bestaat uit zeven in elkaar passende gouden dagoba’s (ook stupa genoemd). Nog dagelijks komen devote boeddhisten hier hun offers afgeven. Na het tempelbezoek stond er nog een culturele dansshow op het programma. Daarna koers gezet naar het hotel voor een heerlijk diner met o.a. chillied crab. Zeer hot, maar lekker.

DAG 3

We mochten uitslapen en moesten “pas” om 8 u op het appel zijn voor onze volgende etappe. Deze voerde ons door het schitterende groene bergland, met zicht op de rijstvelden beneden ons, naar Katukitula waar we de theepluksters, meestal Tamil vrouwen gekleed in kleurige sari’s, aan het werk zagen. Ik vroeg mij af hoe lang het duurt voor ze de mand die op hun rug hangt gevuld hebben met de jonge scheutjes … en hoeveel, of liever hoe weinig, ze betaald worden voor deze slavenarbeid. Veel van de plantages hebben een mooie naam, een beetje zoals de wijngaarden in Zuid Afrika. Zeg nu zelf: Stellenberg Estate, Rotschild Estate, het heeft toch iets! Na een bezoek aan de theefabriek en onze aankopen van BOPF (broken orange pecoe fannings) thee voor thuis (450 Rs per kilo = /- 275 BF) brachten we nog een bezoek aan een van de vele juwelenateliers waar ik mij NIET heb laten verleiden tot de aankoop van een of andere (half)edelsteen. Hoewel er hele mooie tussen zaten.

Onderweg nog even gestopt aan de Ramboda Falls en in Kandy een bezoek gebracht aan de Sri Selva Vinayagar hindoetempel. Een heel verschil met de sobere boeddhistische tempels. Nadien hebben we ons door een tuk-tuk naar ons hotel laten rijden. Eens een keertje wat anders!

DAG 4

7u30 present voor de rit naar Sigiriya. Onderweg een batikbedrijfje bezocht en de Ranweli Spice Garden waar we genoten hebben van een relaxerende ayurvedische massage. Verder stond er in de voormiddag een bezoek aan het Dambulla grottenklooster op het programma waar vooral de eerste grot bekend is om zijn 14 m lange beeld van een stervende boeddha dat uit de granietrots is gehouwen. Op onze weg naar de grotten werden we begeleid door bedelaars en apen. We lunchten in hotel Sigiriya vlakbij Sigiriya Rock en het leek mij en onze reisgenote verstandig om de klim van de 1200 trappen maar over te slaan en in plaats daarvan lekker wat uit te rusten. We hadden – vanwege de hitte – al zo’n moeite gehad met de trappen naar Dambulla! Na de terugkeer van onze mannen ging het tegen ongeveer 30 km/u richting Giritale waar we onze intrek namen in hotel Deer Park, zeer mooi gelegen in het midden van de jungle.

DAG 5

In het gezelschap van een aantal eekhoorntjes namen we ’s morgens ons ontbijt. Na het ontbijt volgde er – figuurlijk dan – een koude douche. Onze tourleader had zopas een fax ontvangen dat ons hotel op de Malediven overboekt was, maar daarover later meer.
Die dag bezochten we het archeologisch gebied van Anuradhapura, een van de heiligste plaatsen in Sri Lanka alsook tot in het jaar 1017 de hoofdstad van het land. De ruïnes liggen verspreid over een vrij grote oppervlakte maar wat hier nog overeind staat zijn in feite nog juist de kloosterruïnes, en de enige echte heilige bo-boom (bodha tree). Uiteraard ook hier weer diverse dagoba’s en witte stupa’s die je overal bovenuit ziet steken.

Na de middag bezochten we het 14 m hoge rechtopstaande boeddhabeeld in Aukana, het grootste sculptuurmonument van Sri Lanka.

Onderweg genoten we nog van enkele kleurrijke en typische tafereeltjes zoals badende mannen in de rivier, boeddhistische monniken in hun oranje sarongs oude houten vrachtwagens geschilderd in felle kleurtjes, spoorlijnen die vaak ook door voetgangers gebruikt worden, een groep schoolkinderen (op schoolreis ?) in smetteloos wit uniform.

Onze gids vertelde ons ook dat onderwijs gratis is tot de leeftijd van 16 jaar en dat de kinderen ook een volledige “schooluitrusting” ter beschikking krijgen waaronder het smetteloos witte uniform.

Voor het diner nog even tijd voor een partijtje zwemmen en een relaxerende ayurvedische hoofdmassage in hotel Deer Park.

DAG 6

Een lange dag voor de boeg: van Giritale helemaal naar het zuiden van Colombo waarbij we niet anders kunnen dan dwars doorheen de hoofdstad. In de voormiddag een bezoek gebracht aan het paleizencomplex van Polonnaruwa, gelegen aan het enorme stuwmeer Parakrama Samudra (de “zee” van Parakramabahu, een van de Singalese koningen). Polonnaruwa is vooral bekend vanwege de indrukwekkende boeddhafiguren in de Gal-viharaya: vier grote uit de rots gehakte beelden waarvan het bekendste ongetwijfeld de 14 m lange liggende boeddha is die de overgang van het aardse leven naar het nirwana moet voorstellen.

Langs de weg nog even gestopt om de arbeiders op de rijstvelden gade te slaan en gesnoept van een potje curd (= buffelkaas) met palmhoning en dan koers gezet naar Negombo, een vissersplaatsje waar ’s morgens de vissersboten binnenkomen en de vissersvrouwen zich de hele dag bezighouden met het sorteren, het verkopen en het drogen van de vis. Een stinkende bedoening als je het mij vraagt.

Negombo was de enige plaats waar wij echt overrompeld werden door bedelende kinderen. Er werd ons dan ook door onze chauffeur gevraagd deze kinderen zeker geen geld te geven. Zij weten dat veel toeristen niet aan hun zwarte oogjes kunnen weerstaan en daarom verzuimen zij de school. Dan maar vlug terug de auto in op weg naar onze laatste pleisterplaats: hotel Mount Lavinia, een oud maar zeer mooi gerenoveerd hotel in koloniale stijl, spierwit geschilderd, waar ze “valet parking” heel gewoon is en waar de portiers in stijl gekleed zijn: tropenpak bestaande uit witte bermuda, witte vest en witte tropenhelm. In een woord: schitterend! Het hotel heeft een mooi privé strand, het enige privéstrand van de hele westkust. Bij het verlaten van het privé terrein word je erop attent gemaakt dat je de private zone verlaat en word je dus ook constant lastiggevallen door mensen die je van alles willen laten zien en je overal mee naar toe willen nemen. Niet doen, ze zijn alleen maar op je geld uit.

DAG 7

Een dagje gerust en geluierd aan zwembad en strand. Ook de bevestiging gekregen dat het door ons geboekte hotel op de Malediven overboekt was en dat we, ondanks faxen en e-mails, naar een hotel-eilandje werden overgebracht dat in feite niet eens in onze Top-10 voorkwam. Jammer van de maandenlange voorbereiding en de mooie dromen. ’s Avonds vroeg het bed in, want ’s nachts om 2u werden we alweer gewekt voor onze transfer naar Colombo airport voor de vlucht van 7u30 naar Male.

MALEDIVEN

Kort voor de landing zagen we de eilanden al liggen, als lichtblauwe druppels in de donkerblauwe oceaan. Aankomst te Male 7u40 plaatselijke tijd na een comfortabele vlucht met Sri Lankan Airlines. Bij de douanecontrole in dit streng islamitische land mochten we alvast een van onze koffers openen omwille van een minuscuul ebbenhouten boeddhabeeldje. We wisten wel dat er geen anti-islamitische voorwerpen (en ook geen alcoholische dranken) binnen mochten, maar zo’n klein beeldje en zo goed verstopt tussen het vuile wasgoed, dat zouden ze nooit ontdekken … dachten wij. De gestapo-achtige vrouw in kwestie die ons sommeerde om de koffer te openen wist ons precies te vertellen waar het beeldje zat. Die screening apparaten moeten daar wel van hele goeie kwaliteit zijn! Enfin, beeldje ingeleverd en bij terugkeer naar huis konden we het terug ophalen. Net zoals zovele anderen.

Het vliegveldje van Male was eigenlijk niet meer dan een wat groot uitgevallen ponton met luchthavengebouwtje in het midden van de Indische Oceaan. Eenmaal buitengekomen zagen we dat er van alle hotel-eilanden vertegenwoordigers aanwezig waren om hun klanten op de juiste boot te zetten. Samen met nog een aantal andere toeristen gingen we aan boord van de dhoni die ons in 20 minuten naar het eiland Furanafushi bracht waar het Full Moon Island Resort gelegen is. Furana is een eiland van 800m lang en heeft een gemiddelde breedte van 100m met op het einde een uitstulping tot zo’n 300m breed. Het is omgeven door witte stranden van het fijnste koraalzand, heeft aan de ene kant een mooie lagune waarin je eindeloos kan blijven doorlopen en waar het nooit echt diep wordt. Aan de andere kant een huisrif met nogal wat stroming maar met ontelbare vissen, in alle soorten, maten en kleuren. Aan deze kant was onze waterbungalow met terras gelegen, met een trapje waarlangs we zo de zee in konden. Bij het snorkelen ’s morgens vroeg kwamen we wel eens rifhaaien tegen, en geen kleintjes!

Ook de “binnenkant” van het eiland was zeer mooi verzorgd en dicht begroeid met palmbomen en andere tropische boomsoorten, met in het midden van het eiland een banyan tree (symbool van de Malediven) en zeer veel bloeiende planten.

Dag in dag uit waren er mannen in de weer om takjes en twijgjes te knippen en om verdorde bladeren en bloemen weg te halen. ’s Avonds na zonsondergang werden alle losgekomen stukjes koraal van het strand verwijderd zodat dit er tegen zonsopgang weer maagdelijk wit bijlag. Ook het zwembad was mooi verzorgd en lag midden tussen de tropische begroeiing.

Het viel op dat het er overal zeer rustig was. Zelf hebben we die week ook niet veel gedaan buiten wat snorkelen, duiken en vissen kijken. Vooral de babysharks waren het bekijken waard omdat ze constant scholen kleine visjes aan het uitdagen waren. De laatste dag hebben we nog – op het nippertje, bijna vergeten! – een flesje met zand gevuld dat nu staat te pronken bij de rest van de verzameling. Het moet gezegd: het is het witste zand dat we tot nu toe hebben.

Wat duiken betreft vond mijn echtgenoot het niet zo bijzonder als hij verwacht had, ten eerste omdat al het koraal er dood is en ten tweede omdat hij niet spectaculair veel vissen gezien heeft. Mensen die gaan om grote vissen te zien (haaien, manta’s, enz.) zullen er met wat geluk wel aan hun trekken komen.

Voor ons was het eilandje wat klein. Als niet-duiker en niet-snorkelaar kan je weinig anders doen dan zonnen (wat tussen 11u en 16u echt niet te doen was vanwege de ondraaglijke hitte), wat lezen en eens een wandelingetje maken rond het eiland. Jammer dat je dan in 20 minuten al rond bent. Daarom hadden we ook speciaal gekozen voor een “groot” eiland (het eiland dat we geboekt hadden was 2000x500m).

SLOT
Al bij al vonden wij Sri Lanka een parel van een eiland en hebben we vooral erg genoten van de schitterende natuur.

De Malediven vonden wij wat overroepen en goed voor een lay-over van een paar dagen tussen twee vluchten in. Wat stranden betreft hebben wij er zeker zo’n mooie gezien in Kenya en wat het duiken betreft vond mijn echtgenoot de Rode Zee veel mooier.