Kerstmarkt

Op een van mijn forums – of is het fora – las ik dat er iemand naar de kerstmarkt ging in Lille, Noord Frankrijk. Vijf jaar geleden, toen Lille culturele hoofdstad van Europa was, hebben we deze stad voor het eerst bezocht en dat beviel ons uitermate. Daarom dacht ik “Lille … waarom niet”. Het is tenslotte maar anderhalf uur rijden. Zo togen wij vanmorgen al vroeg op pad. Het weer hadden we mee, alleen jammer dat we onze zonnebril vergeten waren. Die hadden we tijdens het rijden best kunnen gebruiken. We waren dus al op tijd in Lille en het was er nog helemaal niet druk. Ergens een gezellige brasserie opgesnord voor koffie, dat hadden we tenslotte wel verdiend. Zo denken wij er tenminste over als we langer dan een kwartier in de auto hebben gezeten. 😉
Eerst maar even naar de kerstmarkt, dan zijn we daar al vanaf. Ik ben niet zo’n kerstmarkter hoewel het hier veel minder kitscherig was dan bv. vorig jaar in Strasbourg en Colmar. Op minder dan een kwartier hadden we het gezien. Ondertussen waren we al een aantal mooie winkels gepasseerd en manlief kon best nog wel wat nieuwe kleding gebruiken. Zo gezegd, zo gedaan.
Dan zijn we afgezakt naar de wijk “Le Vieux Lille” alwaar we in het onooglijke restaurant van vijf jaar geleden, Le Porthos, heerlijk hebben gegeten, ver van alle tourist traps. Het zat er wel stampvol en telkens er een tafeltje vrij kwam was het ook direct weer bezet. Nadien hebben we de stadswandeling in Le Vieux Lille gedaan. Onderweg terug naar de parking was het zo druk dat we maar besloten de stad te ontvluchten en nog even langs de Auchan te rijden. Ook daar was het stikdruk. We zijn even gauwgauw langs de bubbels gelopen (Blanquette de Limoux die hier 8,95 euro kost, hebben we nu voor 5,20 euro!) en hebben onze voorraad kaas weer aangevuld. Daarna in een rustig tempo naar huis. Het was gewoon een fijne dag.

Blij!

Kreeg daarnet een telefoontje van een hele blije zoon. Per 4 januari kan hij starten op een nieuw project. Ik heb niet helemaal begrepen wat hij nu juist gaat bouwen, al klonk het allemaal heel interessant. Zo dacht hij er tenminste zelf ook over. Hij is vooral blij omdat het iets totaal nieuws is, iets wat hij in zijn 4-jarige carrière (lol) nog niet eerder heeft gedaan. Zoon blij, moeder blij.

Herbert Robbrecht *, Vrasene

De laatste avond van de Restaurantweek brachten wij door bij Herbert Robbrecht (1*, 15 pt Gault Millau). Om ‘7 pm sharp’ gingen alle lichten aan en werd de voordeur van de villa van het slot gedaan. We werden welkom geheten door een jonge ober in stijlvol zwart pak. Onze jassen werden aangenomen waarna hij ons begeleidde naar onze tafel. Klassiek interieur hier, bruin en beigetinten, mooie antieke kasten en kleinmeubeltjes her en der verspreid in de kamer. Het restaurant gaf inderdaad meer het gevoel van een gezellige warme woonkamer dan van een restaurant. Het is klein, een achttal tafels in totaal, beige tafelkleden tot op de grond met daarover smetteloos wit linnen. Heel veel privacy tussen de verschillende tafels. Hier trouwens à la carte eters gemengd met “restaurantwekers”.
Het restaurantweekmenuutje stond op tafel. Drie gangen voor 37 euro, uit te breiden met een extra voorgerecht à 10 euro (of het originele voorgerecht te vervangen door het extra voorgerecht mits supplement van 5 euro) en een kaasgang à 10 euro. Bijpassende wijnen 17 euro voor het 3-gangenmenu.

Nadat wij de kaart hadden bekeken werd ons gevraagd of wij een aperitief wensten. Dat wensten wij, doch niet de voorgestelde champagne. Wij zijn niet zo’n champagneliefhebbers. In plaats daarvan kozen wij voor een rode porto (8 euro).

De maître kwam onze bestelling opnemen. Manlief ging voor het gewone 3 gangenmenu, ik heb het voorgerecht (foie gras) verwisseld voor het extra voorgerecht (vis). Er werd ons ook gevraagd of wij het wijnarrangement zouden nemen, of liever een wijn van de kaart kozen. Dat laatste paste ons beter want ik drink ’s avonds geen witte wijn omdat dat mijn slaapprobleem alleen maar verergert. Dus kregen wij de wijnkaart aangereikt. En wat voor een wijnkaart! Veel Frans uiteraard, maar ook Italiaans, Spaans, Oostenrijks, Duits, en nieuwe wereldwijnen. Uiteindelijk viel onze keuze op een Château Carteau 2006, St. Emilion Grand Cru (45 euro).

De amuses verschenen. Op een zeer speciaal bord een prikker met daarop een burgertje van makreel, daarnaast een glaasje met zalmtartaar en enkele grijze garnaaltjes op een avocadomousse, een schaaltje crème brûlée van époisses, en een glaasje pompoensoep met mosseltjes. Zeer fijne amuses, vooral het burgertje van makreel kon qua smaaksensatie tellen. De crème brûlée van époisses was dan weer zeer origineel. Erg smaakvol en fijn allemaal.

Ondertussen werden kleine sneetjes brood rondgebracht (dat ging zo de hele maaltijd door), huisgemaakt zuurdesembrood wat heel lekker was. Rondjes boter en een flesje olijfolie stonden op tafel.

De voorgerechten werden opgediend: terrine van ganzenlever en kalfsheerlijkheden met Westmalle dubbel, krokantje van rode biet en kruidige salade, parel van ganzenlever met stroop van trappist voor echtgenoot, rogvleugel gegaard op lage temperatuur, kort gebakken sint-jacobsvruchten, gesmolten spinazie en crème van pastinaak omringd door een beurre noisette verrijkt met geconfijte citroen voor mij. Wat een heerlijkheden! Manlief was vooral zeer blij met zijn parel van ganzenlever. Het is dat ik het niet lust, maar het zag er wel zeer aantrekkelijk uit. Ook mijn stukje rogvleugel was zalig, alsook de sint-jacobsvruchten die net genoeg gebakken waren. Boterzacht allebei en zeer goed passend bij de crème van pastinaak en de spinazie.

Wat ons opviel in dit restaurant was dat alles er zo soepel en gladjes verliep. Er heerste een enorme rust, de bediening sprak zacht en discreet, en al het personeel was ongelooflijk goed op elkaar afgestemd. Dat is toch net dat ietsje meer dat je in een middenklasser vaak niet krijgt. Of het nu aan de ster ligt, dat zou ik niet durven zeggen, maar het viel ons in ieder geval wel op.

Na een korte pauze volgden onze hoofdgerechten: medaillon van jong hertenkalf, wildjus met Penja peper, kweeperenchutney en boschampignons, zalf van butternutpompoen en wintergroentjes. Een heerlijk gerecht. Zelfs ik, die niet zo dol ben op wild, vond het zalig. De stukjes vlees waren als timbaaltje opgediend, op een bedje van kweeperenchutney en boschampignons, waarbij je even het zoetje proefde maar ook het zure van de chutney. De zachte zalf van butternutpompoen en de wildjus met het uitgesproken aroma van de peper pasten hier perfect bij.

Tijd voor het dessert. Hier scoort Herbert Robbrecht wat minder. Het was lekker, maar bij Bellefleur was het dessert lekkerder. Een triootje deze keer: chocolade macaron met crème van witte chocolade, maltezerrijst op een zandkoekje van chocolade, nougat roomijs. Het nougat ijs miste smaak, de macaron was nogal hard gebakken en de witte chocolade smaakte niet naar witte chocolade. De maltezerrijst was lekker, helaas was het maar één koffielepeltje. Het chocolade zandkoekje dat eronder zat was gewoon okee.

Wij sloten af met koffie en thee (7 euro pp). De theekaart was bijna zo uitgebreid als de wijnkaart. Thees uit alle delen van de wereld. Ik ben nogal traditioneel wat mijn thee betreft, dus ik koos voor een Orange Pekoe uit Sri Lanka. Deze werd opgediend in een gietijzeren potje met de nodige friandises … zo’n 7 stuks per persoon, wat ik eigenlijk van het goede te veel vind. Zelfs mijn man, snoeper avant la lettre, heeft niet alles opgegeten.

Herbert Robbrecht kon als ervaring wel tellen. We hebben een zeer aangename avond gehad, super lekker gegeten. Alles was in evenwicht: kwaliteit/originaliteit van de gerechten, personeel, sfeer, interieur, … Kortom: een diner met een sterretje.

Oh ja, toen we het pand verlieten kwam de chef himself nog even vragen of alles naar wens was geweest.

Kunst

Lamp voor boven de eettafel opgehaald vanmiddag en ‘kunst’ gekocht voor boven het dressoir: een duetje, 2 olieverfschilderijen 60×60 cm die bij elkaar horen. Het was niet direct de bedoeling dat vandaag al te doen, maar we willen het toch en als we dan iets zien dat ons bevalt zou het zonde zijn om over twee maanden vast te stellen dat het verkocht is. Ik ben er in ieder geval heel erg blij mee.

BLFLR

Op deze vrijdagmiddag hebben wij van een zeer mooie lunch genoten bij Bellefleur (13 pt Gault Millau). Dit restaurant stond al langer op mijn lijstje en toen ik het paswoord voor de Restaurantweek in mijn inbox zag binnenkomen heb ik dan ook meteen gereserveerd.

Bij binnenkomst werden onze jassen aangenomen en werden wij naar onze tafel begeleid. Het restaurant is opgesplitst in verschillende ruimtes. Wij zaten in een soort veranda, zeer ruim en licht en aangenaam warm. Gedurfd interieur met oranje en paarse armstoelen en een grote ‘tros’ oranje bolle lampen in de nok van het glazen dak. Ruim bemeten tafels met wit linnen en oversized glazen – net zoals ik het graag heb dus. Het was al meteen duidelijk dat het er hier helemaal niet stijf aan toe ging. De bediening was zeer professioneel maar ook zeer ongedwongen.

Er werd ons uitgelegd dat wij een driegangen-menu zouden krijgen (27 euro). Voor een wijnarrangement (vanaf de cava tot en met de koffie met friandises) werd eveneens 27 euro berekend maar een wijntje kiezen van de kaart, of een glas huiswijn, was natuurlijk ook mogelijk. Wij besloten tot de witte huiswijn om te starten. Ondertussen was de chef bij onze tafel komen staan om het menu voor te stellen. Ik kan het niet woordelijk herhalen want ieder ingrediëntje, hoe minuscuul aanwezig ook, werd apart vernoemd. Ik ga toch een poging wagen …
Voorgerecht: carpaccio van coquille St. Jacques met een zalfje van topinamboer (aardpeer), cannelloni van (rauwe) topinamboer met granny smith en wintertruffel, op lage temperatuur gegaard buikspek met kervelwortel.
Hoofdgerecht: fazant ontdaan van zijn karkas en gegaard op lage temperatuur, gekarameliseerd witloof, geglaceerde aardappeltjes, puree van butternut, een rondje van butternut gevuld met iets (pastinaak?), zwarte beuling en rode biet in een schuimige saus (geen idee van wat)
Dessert: citroenbavarois, ijs van thijm, een stukje gearomatiseerde sponscake, abrikozengelei, muscovado suiker, een kletskop en een ander stukje gebak.

Ondertussen genoten wij alvast van onze droge witte Graves. Geen idee van welk château deze afkomstig was, maar het is wel lang geleden dat ik nog zo’n lekkere klassieker gedronken heb.

Al snel werden de amuses opgediend. Een langwerpig bord met (v.l.n.r.) een sesamkoekje met zalmmousse, een sushi met nobashi garnaal en iets gefrituurds erboven op, een stukje pumpernickel met carpaccio van ossenhaas en een toefje fijne truffelmayonaise, als laatste een rondje levermousse met een gelei van chardonnay.

Na een korte pauze kwam het voorgerechtje. Een foto (*) zegt vaak meer dan duizend woorden en de ingrediënten heb ik hierboven allemaal reeds vermeld. Een zeer mooi ogend en ook lekker gerechtje, al kon ik lang niet alle smaakjes terugvinden die de chef opgesomd had. In ieder geval wel de boterzachte schijfjes coquille op een emulsie van aardpeer, de sliertjes aardpeer, de schijfjes granny smith, het vierkantje buikspek. Een mooie smaakcombinatie. Idem voor het hoofdgerecht: zeer mooie presentatie, perfecte cuisson van de fazant en een goed passend garnituur met de pompoen en het witloof. Hierbij dronken wij overigens de rode huiswijn: een cabernet sauvignon van niet nader vermelde origine (ik had mijn bril niet bij) maar wel zeer lekker en vol van smaak.

Uiteindelijk volgde het dessert. Alweer een plaatje. Ik ben niet zo’n dessertenmens, dus voor mij meer dan voldoende. Voor echtgenoot had het iets meer mogen zijn. Hij was dan ook zeer gelukkig met het bordje friandises dat bij de koffie werd geserveerd.

All in all een fijne ervaring, al blijft het jammer dat de porties in dit soort restaurants niet van dien aard zijn om een mannenmaag te kunnen vullen. Bij thuiskomst was er dan ook direct een aanval op de snoepkast. 😉

(*) De kwaliteit van de foto’s is ronduit slecht maar mijn flits gebruiken durfde ik toch niet.

Kelder

Onze kelder – correctie: manlief zijn kelder – is mij al jaren een doorn in het oog. Het is geweldig praktisch zo’n grote ruimte onder je huis, maar niet als alles, maar dan ook letterlijk Alles, er zo maar in gedumpt wordt. En dat is dus bij ons het geval. Manlief kan heel moeilijk dingen weggooien, dus waar verdwijnt het als het moet opgeruimd worden? Juist, in de kelder. Ik zou er nog niet eens zo’n moeite mee hebben moest alles netjes geordend zijn, maar dat is dus niet het geval. Er staan rekken tegen de muren maar als je iets moet gaan zoeken ben je een halve dag kwijt want alles wordt weggestapeld waar er toevallig een gat is, of op een hoop gegooid, om er daarna nooit meer naar te kijken. Op een gegeven moment heb ik dus gezegd: het is nu jouw kelder, trek er je plan mee, ik kom er niet meer in.
Als de mannen van de gas of het water komen om de meters op te nemen is het eerste wat ik roep ‘zie dat ge uw nek niet breekt’.
Met de renovatie van onze woonkamer vorige maand had manlief wel eens wat gereedschap nodig, dus dan dook hij de kelder in om vaak onverrichter zake weer terug aan de oppervlakte te komen. Niet gevonden! Toen vatte hij dus het plan op (hoera!) om de kelder eens grondig aan te pakken. Ik ben nogal van de ongeduldige soort en vraag hem al een paar weekjes wanneer hij er aan gaat beginnen. Tenslotte is hij al drie weken iedere donderdag en vrijdag vrij vanwege nog op te nemen vakantiedagen. Vanmorgen was het dan zover. Vanuit mijn bureau hoorde ik hem trap op, trap af, gaan. Af en toe kwam er een vraag ‘mag dat ook weg’. Van mij mag ALLES weg wat daar ligt. Er staan zelfs nog dozen van de verhuis van 16 jaar geleden die nog niet open zijn geweest.
Enfin, toen ik dan vanmiddag de tafel ging dekken trok ik toch wel hele grote ogen. Alles wat hij uit de kelder gehaald heeft staat nu op het terras (en er is nog niet eens een kwart van de kelder gedaan). Dat moet soort per soort gesorteerd worden en naar het containerpark worden gebracht. De vraag is alleen: wanneer? Ik hoop maar dat we niet van de regen in de drup zijn geraakt …