Goedgekeurd!


Manlief was vanmorgen al vroeg onderweg. Mijn auto moest gekeurd en omdat ik weer zo’n rotnacht achter de rug had was hij zo lief om te gaan. Het kan bij momenten immens druk zijn op de technische controle, daarom was hij al voor acht uur vertrokken.

Half tien was hij terug thuis, met een groene kaart. Ik ben dus weer voor een jaar in orde. Nu had ik eigenlijk niks anders verwacht maar je weet maar nooit. Het beestje is tenslotte al acht jaar. Ik hoop er nochtans nog heel lang mee te mogen rijden, ben hem nog lang niet beu!

Auto


Toen ik vanmorgen zag dat het al flink gevroren had, viel mijn frank dat ik nog een afspraak moest maken voor bandenwissel.

Gemakkelijk, even inchecken op de online reservatiesite … en dan merken dat ik blijkbaar niet alleen ben. De eerste vrije plek was 13 december! Ik hoop maar dat de winter nog een maandje wacht om toe te slaan.

Restaurant Lotièr


Op deze zonnige donderdagmiddag togen wij naar Malle, naar Restaurant Lotièr, waar wij gereserveerd hadden voor de lunch met een Groupon voucher voor een viergangenmenu.

Het huiskamerrestaurant is gevestigd in een mooie villa met rieten dak en een grote tuin, aan de rand van Westmalle.
Bij binnenkomst werd ons gevraagd of wij het het aperitief in de lounge wilden nemen. We hadden eigenlijk geen keuze, want de ober ging ons al voor naar de veranda (serre), alias lounge. Een drietal lage tafeltjes met wat lage stoeltjes errond, en een mooi zicht op de tuin. En toch hou ik niet van veranda’s. Het lijkt mij een typisch Belgisch verschijnsel: te klein gebouwd, daar moet dus een kamer achter maar ze mag niet te veel licht wegnemen. Een veranda dus, glas aan alle zijden en ook een glazen dak. Het was hier niet anders. Ik vond het geen gezellige plek om te zitten. We dronken trouwens een Chardonnay (de fles werd ons niet getoond) en niet het glas cava dat ons bijna opgedrongen werd. Er werd een schaaltje met appelkappers en eentje met olijven op tafel gezet en even later ook nog twee amuses: een glaasje met een rolletje gerookte zalm met luzerne en een schaaltje met een stukje wildpâté met vijgenconfituur. Lekker, niet spectaculair.

Na twintig minuutjes werden we aan tafel genood. Het eetgedeelte van dit restaurant is gelukkig wel gezellig, stijlvol en warm. Er valt veel natuurlijk licht naar binnen dankzij de grote ramen aan drie zijden van de kamer. Er ligt een mooie parket in visgraatpatroon en de tafels (20 couverts) zijn ruim bemeten en netjes gedekt in beige en écru linnen. Eromheen comfortabele armstoelen, eveneens in het beige. Het obligate bordje bruin brood en een schaaltje boter werd aan tafel gebracht.

De chef had ons een kwartier voordien hoogstpersoonlijk het menuutje voorgesteld. Het waren allemaal gerechten buiten de kaart om en dat maakt deze recensie een hele lastige, want nu hebben we natuurlijk helemaal geen beeld van hoe de gerechten die normaal geserveerd worden eruit zien en smaken. Ik heb er dan ook een dubbel gevoel bij.
Voorgerecht: risotto / grijze garnalen / roodbaars. Een lekker voorgerechtje met de genoemde ingrediënten overgoten met een lepeltje wel heel lekkere witte wijnsaus. De risotto had rustig wat meer dan dat ene koffielepeltje mogen zijn en volgens mij was hij niet met risottorijst bereid, ofwel had hij wat weinig cuisson gehad. Maar goed, het was lekker. Gewoon lekker.

Als tussengerecht kregen we een bordje wildconsommé. In de consommé dreven voldoende stukjes wild, cantharellen en het was opgeleukt met gefrituurde schorseneren. Het soepje had helaas nauwelijks smaak.

Ondertussen hadden we nog rode wijn besteld. Op aanraden van de ober/sommelier werd het een Côtes du Rhône, Les Garrigues Grande Réserve, 100% Marselan druif. Een vrij droge doch aangename wijn.
Als hoofdgerecht was er kalfszwezerik met nog iets voorzien, maar aangezien ik dat niet lust werd het fazantenborst / witloof / knolselderpuree. Mooie sneetjes fazantenborst werden geserveerd op een bedje van witloof, ernaast op het bord wat dikke vegen knolselderpuree. Er werd apart een kannetje vleessaus op tafel gezet. Dit was een lekker gerechtje zonder meer.

Als dessert wentelteefjes / jonagold. In een diep bord laagjes ‘wentelteefjes’ van peperkoek met daartussen laagjes jonagold appel, een bolletje vanilleijs en wat streepjes caramel. Een lekkere afsluiter.

Na de maaltijd wilden we nog wel koffie. Daarbij kwamen huisgemaakte friandises. Ik heb er niet van gegeten want ik was voldaan. Echtgenoot heeft alles opgesnoept want de gerechtjes waren voor hem aan de kleine kant.

De hele klus was op anderhalf uur geklaard. De gerechten – tenslotte toch aperitief, plus vier gangen, plus koffie – verschenen in veel te hoog tempo. En we zaten daar weer alleen, wat ik absoluut vreselijk ongezellig vind. Het was duidelijk dat de crew (chef en ober) graag snel naar huis wou. Komt uiteraard zeer ongastvrij over.

Ik vind het doodjammer dat we niet de normale gerechten gegeten hebben. We hebben hier niet slecht gegeten, zeker gezien de prijs die we betaald hebben, maar ik hoop wel voor mensen die de normale prijs betalen dat de gerechten van de kaart toch wat hoger van niveau zijn. En vooral dat de ober wat minder pusherig is en er in een normaler tempo geserveerd wordt. Voor ons was dit in ieder geval geen hoogvlieger en we zijn dan ook niet geneigd naar dit restaurant terug te keren.

Tijdschriften


Vroeger was ik verslingerd aan tijdschriften. Libelle, Margriet, Flair, Feeling, Viva, Grande, Knack Weekend, … Ik kocht ze allemaal. Het was zelfs zo gek dat ik op dinsdag een kwartier vroeger stopte op mijn werk om nog op tijd bij de boekhandel over de grens te zijn voor mijn Libelle, Margriet en Viva. Jaren aan een stuk heb ik meegeleefd met de gezinnen van Tineke Beishuizen, Annette Heffels en alle andere columnisten. Jaren aan een stuk heb ik ook recepten uitgeknipt en netjes in kaften geklasseerd. Jaren aan een stuk gaf ik dus totaal verhakkelde tijdschriften door aan mijn moeder die er toch ook nog plezier aan had.

En nu? Het doet me al jaren totaal niks meer. Ik had – met het oog op de treinreis naar Amsterdam een paar weken geleden – nog eens een Libelle en een Margriet meegebracht. Ze liggen allebei nog ongelezen (wel vluchtig doorbladerd) op het boekentafeltje. Er staan nog altijd goede columns in, en ook de recepten zijn mooi in beeld gebracht, maar op de een of de andere manier hoef ik niet meer zo nodig.

31 oktober


Deze maandag voor de eerste november was een brugdag. Het was prachtig weer, nog maar eens tijd voor een uitstapje dus. Diest is het geworden.

Een klein fijn stadje met een mooi marktplein en een groot begijnhof, gesticht in 1253 en door UNESCO erkend als werelderfgoed. Je komt er binnen door de prachtige barokke begijnhofpoort die dateert van 1671. De huisjes zelf werden in de 17de en de 18de eeuw gebouwd.

We waren graag eens binnengaan in de begijnhofkerk (Catharinakerk) maar deze was – zoals tegenwoordig alle kerken in België – afgesloten en alleen in de zomer op bepaalde uren toegankelijk.

Na onze wandeling in het begijnhof zijn we het stadje ingetrokken, op zoek naar een zonnig terras op de (kleine) Grote Markt. We waren duidelijk niet alleen! Een plek in de zon was helaas niet te vinden. De schaduw dan maar. Met 19 graden en geen wind is dat ook best te doen. En de zon schuift heel snel op dezer dagen, dus na een half uur zaten we heerlijk onderuit gezakt te genieten van ons glas wijn, IN de zon! En na nog wat winkels kijken (ook hier veelal de eenheidsworst die je in iedere Belgische stad vindt) reden we tevreden, met het dakje open, terug naar huis.