Mijmeringen

Ik heb nu twee volle dagen alleen thuis gezeten en dat is dus écht niks voor mij.

Mijn huis is aan de kant, en het blijft ook aan de kant als je maar met zijn tweeën bent, de dagelijkse boodschappen zijn om 10u al gehaald, voor de middag is het avondeten al zo goed als klaar. TV interesseert me niet en ik kan inmiddels geen boek meer zien.

Op zo’n dagen zou ik vroeger – een dikke maand geleden nog maar – naar mijn moeder gegaan zijn en gezegd hebben ‘moedertje, wat gaat we eens doen vandaag?’ Waarop zij zou antwoorden ‘ik ga werken (breien, verstelwerk, …), ik heb geen tijd om ‘iets’ te doen‘. Waarna ze na een paar minuten als een blad aan een boom draaide en zei ‘zegt gij het maar …‘, want mijn moeder was net als ik: een drijver, vaak onderweg, altijd bereid tot een uitstapje . Bijna altijd als we in de auto stapten kwam dat zinnetje terug: ‘wij zijn nogal drijvers zenne‘. Het hoefde niet eens ver te zijn, gewoon koffie drinken bij Le Petit Paris was al voldoende voor een paar uurtjes gezelligheid. Wat bijpraten, wat roddelen over deze of gene. Wat ik met mijn moeder besprak was veilig, dat zou ze nooit of te nimmer verder vertellen. Zo was ze niet.

Dat dit nu voor altijd voorbij is, dat is moeilijk. En raar ook. Ik betrap me er meer en meer op dat ik denk ‘dat moet ik aan mijn moeder vertellen …’, dat had ik de eerste weken niet. Het begint precies pas nu echt door te dringen dat ze er niet meer is. Ooit, ooit zal misschien de tijd wel komen dat ik denk ‘dat had ik graag nog aan mijn moeder verteld …’.

Maar wat nu betreft: ik ben blij dat ik deze namiddag terug mag gaan werken!

PS Ook negenenvijftig en een half jaar geleden waren we al samen onderweg …