Vakantie

Vandaag mijn laatste examen gehad. Of ik geslaagd ben, én met hoeveel punten, dat weet ik pas op het einde van volgende maand. Dan komen we met alle cursisten en la profesora samen om de resultaten te bespreken tijdens ‘een natje en een droogje’, zoals onze Noorderburen dat zeggen.

Mijn vakantie kan dus beginnen. 
Nu heb ik natuurlijk al drie jaar lang – sinds ik met pensioen ben – altijd vakantie maar vanaf heden heb ik écht drieënhalve maand maar één vervelende verplichting en dat is dat ik naar de tandarts moet.
Verder staan er alleen maar fijne dingen in mijn bijna maagdelijk witte agenda. Een paar feestjes, een etentje hier en daar, een paar vakanties, … 
En voor de rest ‘wingen’ (*) we het en hopen we op een mooie zomer.

(*) to wing it = iets doen zonder voorbereiding

Taal

‘Waarom gebruiken jullie in het Nederlands zoveel Engelse woorden?’, vraagt de Zuid-Afrikaan Jan Hendrik zich – terecht – af in een artikel in de Weekend Knack van een tijd geleden.

Ik vraag het me ook dikwijls af, en tegelijkertijd bezondig ik er mezelf ook aan. Briefen, daten, liken, fulltime, comeback, meeting, kids [een vreselijk woord dat ik zelf niet gebruik], … Deze termen zijn zodanig ingeburgerd dat je ze als vanzelfsprekend gebruikt. Hoewel er voor elk woord een perfecte Nederlandse vertaling is.

De Vlaamse taal is zo mooi. De Afrikaanse taal zo mogelijk nog mooier.

Lees even mee …

nietmachine = papier vampier
suikerspin = spookasem
metro = moltrein
burn-out = yuppiegriep
barbecue = braai
herbivoor = plantvreter
milkshake = melkskommel
tipp-ex = flaterwater
stewardess = lugwaardin
lift = hysbak
cocktail = mengeldrankie
chirurg = snydokter
perforator = gaatjesdrukker

Ik hou van de kleur en de eenvoud van het Afrikaans. 

Oom Samie Se Winkel, Stellenbosch – april 2004

Antwerpen tijdens het blauw uurtje

Op zomaar een doordeweekse avond hadden we zin om even in het historisch centrum van Antwerpen rond te wandelen. Het was een redelijk heldere avond en we waren daar toevallig tijdens het blauw uurtje.
Wat hou ik toch van deze stad. 
Foto’s!
De barokke Sint Carolus Borromeuskerk aan het Hendrik Conscienceplein
Het Via-Via reiscafé waar reizigers van over de hele wereld elkaar ontmoeten
Vleeshuis, voormalig gildenhuis van de slagers. Nu museum ‘Klank van de Stad’
Kinderkopjes … niet doen met hoge hakken!
Oude huisjes in de Palingbrug
Het reuzenrad ‘The View’
Mijn favoriete uitzicht op de O.L.Vrouwekathedraal
Gildenhuizen op de Grote Markt
De Brabo fontein
Nog meer gildenhuizen op de Grote Markt
En nog meer gildenhuizen
Batist Vermeulen maakte dit ontroerende beeldhouwwerk van Nello & Patrasche onder een ‘dekentje’ voor de hoofdingang van de O.L.Vrouwekathedraal.
Voor wie het verhaal niet kent: Nello en Patrasche zijn de hoofdpersonages uit de Engelse roman A Dog of Flanders uit 1872. Het verhaal speelt zich o.a. af in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen. Nello, een arme weesjongen, sluit vriendschap met Patrasche, een achtergelaten trekhond. Samen trekken ze elke dag naar de stad. Daar bezoeken ze vaak de kathedraal, waar Nello de schilderijen van Rubens bewondert. Door een reeks tegenslagen eindigt het leven van Nello en Patrasche in dezelfde kathedraal. Ze sterven samen van ontbering.
Een frietje steken bij Max
Zij-ingang van de O.L.Vrouwekathedraal
Jan Blomstraat … een en al toeristenrestaurantjes. Vooral niet doen dus!

Het Hilton hotel op de Groenplaats

De O.L.Vrouwekathedraal in al haar glorie gezien vanop de Groenplaats. En ook een beetje in de steigers.

Reizen toen en nu

Met het bekijken van oude foto’s en het plannen van een nieuwe trip, bedacht ik mij hoe simpel en tegelijkertijd hoe weinig verrassend (het plannen van) reizen geworden is vergeleken met pakweg 25 jaar geleden.

Toen: Een reis plannen deed ik aan de hand van brochures van alle mogelijke touroperators die ik ophaalde in het reisbureau. En ik kocht in de boekhandel een paar reisgidsen.
Nu: Alles wat ik nodig heb kan ik vinden op internet. Een reisgids koop ik trouwens nog wel. 

Toen: Nadat we onze keuze hadden gemaakt gingen we naar het reisbureau om de reis te boeken, of ik faxte naar een hotel om een kamer te reserveren. De reisbevestigingen, tickets en vouchers kwamen met de post en werden in een map meegenomen.
Nu: Reisbureau? Ben ik al in geen jaren meer binnen geweest. Alles wordt online geboekt. De bevestigingen, tickets en vouchers komen per mail en worden opgeslagen op de smartphone of in de app van de betreffende airline/boekingsite.

Toen: Als we met de auto op vakantie gingen, dan namen we naast reisgidsen uiteraard ook gedetailleerde wegenkaarten mee.
Nu: De GPS in de auto en Waze op de smartphone. 

Toen: Om te bellen vanaf onze buitenlandse vakantielocatie kochten we een telefoonkaart voor de plaatselijke telefooncel. Met een stapeltje kleingeld kwamen we ook al een eind.
Nu: Smartphone.

Toen: Betalen deden we met lokale munt die ik voor vertrek bij de bank of het wisselkantoor had besteld. Een creditcard hadden we ook, maar die werd lang niet overal aanvaard.
Nu: Vreemde munt hebben we soms nog nodig, maar die haal ik ter plaatse uit de muur. En voor de rest: creditcards galore!

Toen: Foto’s namen we met een analoog toestel waarvoor we tientallen filmrolletjes meesleepten in de hoop er toch een aantal mooie foto’s aan over te houden.
Nu: Ik heb een dure digitale camera, maar de meeste foto’s neem ik met mijn smartphone.   

Toen: Als we ergens een adres niet vonden, dan vroegen we het aan een voorbijganger.
Nu: Waze of google maps op de smartphone.

Toen: Een woordenboek had ik ook altijd bij. Het is toch wel gemakkelijk om een paar woorden in de plaatselijke taal te spreken.
Nu: Een vertaalapp op de smartphone.

Toen: Een restaurant vonden we meestal op goed geluk of op aanbeveling van de hotelier.
Nu: Even Tripadvisor of een andere app checken op de smartphone.

Toen: We hebben ook altijd graag gelezen. Wel een stuk of tien boeken gingen er mee in de koffer.
Nu: Mijn e-reader zou ik niet meer willen missen. Lezen op de smartphone of de tablet vind ik niet fijn.

Toen: Last minute onderweg nog een overnachtingshotel zoeken? Op tijd naar de plaatselijke toeristische dienst en de Michelingids checken.
Nu: Talloze boekingapps op de smartphone.

Je ziet het: alles wat ik nu nodig heb is een smartphone en WiFi of 4G. Gemak dient de mens.

Daar schuilt natuurlijk ook een groot gevaar in. Als ik mijn smartphone onderweg verlies, of hij wordt gestolen, dan heb ik wel een heel groot probleem … Dan ben ik niet alleen al mijn administratie kwijt, maar ook mijn ID en rijbewijs, cash, bankkaarten en creditcard. Alles zit mee in de bookcase …

Kleine Man update

Achttien maanden is hij nu, onze Kleine Man. Een echte jongen-jongen.

De pop die ik voor hem gekocht had interesseert hem totaal niet. Die wordt gewoon uit de speelgoedbak gekieperd. Een ba (bal) dient om tegen te sjotten met zijn maatje 21, niet om mee te gooien of te rollen. Met zijn auto (loopfietsje) roetsjt hij door de living, de keuken en de gang. Hoe sneller hoe liever. Het is een kleine waaghals, dat heeft hij van zijn papa.

De ‘auto’ van Wannes

Ik sta er altijd van versteld wat zo’n peutertje al kan. En hoe hij duidelijk kan maken wat hij wil en vooral wat hij niet wil.

Deze week was hij twee dagen bij ons want hij had de zesde ziekte. Hij was er echt ziek van, met hoge koortspieken. Heel zielig lag hij in de zetel en eerst wou hij gewoon niks. Tot hij met zijn kleine vingertje naar de TV wees, zich installeerde, en hij samen met opa moema (Bumba) ging kijken op TV.

Zijn groentepap wou hij niet. Nee zei hij en schudde zo hevig met zijn hoofd van links naar rechts dat ik er in zijn plaats hoofdpijn van kreeg. Een banaan wilde hij wel. Manaa … ja … toe (stoel) zegt hij dan want eten doen we in de stoel.

Voorbij rijdende auto’s kijken vindt hij ook tof. Auto, auto, auto roept hij dan. En toen hij van de week een wielrenner voorbij zag rijden riep hij opa! Ja, want opa draagt ook zo’n koerspak en een helm op de fiets. Dat heeft hij één keer gezien maar het heeft blijkbaar genoeg indruk gemaakt om het nog te weten.

Zwaaien, een knuffel, een kushandje, een high five, … het mini mensje kan het allemaal.

♥️ ♥️ ♥️

  

Aan de O(e)verkant

Gisteren hebben we gefietst. Niet zo uitzonderlijk, want als het mooi weer is zijn we graag buiten.

Toevallig kreeg ik vorige week een mail van Toerisme Oost-Vlaanderen met een fietstroute die ons wel aansprak: Aan de O(e)verkant. Een tochtje van 40 km over jaagpaden langs de Schelde en de Durme en in het natuurgebied Den Bunt. En aangezien wij graag fietsen op onbekend terrein was de beslissing snel genomen. Nu was dit niet helemaal onbekend terrein want een stuk ervan hadden we al eerder gefietst, maar het gebied is mooi en groot genoeg om nog eens te fietsen.

Veertig kilometer vonden we wat weinig, dus hebben we er twee lussen bij aan gebreid. Een extra stukje Schelde en de Oude Durme. Dat laatste stuk was heel erg mooi. De hele fietstocht was trouwens mooi. Het nog jonge groen, veel bloemen in de bermen, schapen, een paar keer overzetten met het (gratis!) veer, … Toch weer mooi 55 km gefietst.

Foto’s!

Schelde en Durme//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Schelde en Durme2//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Vogelnestjes

Een ‘beladen’ gerecht. Een rare omschrijving, maar zo voel ik het wel. Een gerecht dat mijn moeder wel eens maakte. Nostalgie dus ook.

De enige vogelnestjes die ik in mijn leven gegeten heb, zijn de vogelnestjes die mijn moeder maakte. Ik herinner me dat ze daar wel een halve dag aan bezig was. Toegegeven, mijn moeder was niet de rapste in de keuken maar haar vogelnestjes zagen er dan ook spectaculair professioneel uit. Het ei mooi in het midden, de buitenkant krokant en de gehaktrand overal even dik. En lekker, zó vreselijk lekker.

De laatste jaren voor haar dood at mijn moeder vaak bij ons. Ze heeft nooit graag gekookt en zag er op den duur tegenop om voor zichzelf al die moeite te doen. Dus at ze bij ons of ik bracht een portie eten naar haar zodat ze het op haar gemakje thuis kon opeten. Gemakkelijk als je maar drie huizen bij elkaar vandaan woont.

De week voor ze plots overleed had ze me beloofd dat ze nog eens vogelnestjes zou maken omdat ik er al zó dikwijls naar gevraagd had en het zo lang geleden was.

Het heeft niet mogen zijn.

En ik, in de vijf jaar die voorbijgegaan zijn? Ik kon het niet. Het was haar gerecht. Zij had het moeten maken voor ons.

Tot ik een tijdje geleden bij ‘vriend Jeroen’ in Dagelijkse Kost vogelnestjes zag opduiken en het water me in de mond liep. Toen dacht ik: het is nu of nooit. Als ik ze nu niet maak, dan gebeurt het nooit meer. Gisteren heb ik voor het eerst in mijn leven zelf vogelnestjes gemaakt. Lang niet zo mooi als die van haar, maar wel even lekker. En het onderwerp van gesprek aan tafel? Mijn moeder natuurlijk.