Chauvinisme?

Uitspraak: [ʃoviˈnɪsmə]
Betekenis: (onder andere) voorliefde voor eigen volk

Laatst zaten we op een terras in Zoutelande, toevallig een hele hoek Vlamingen bij elkaar. Dat was tijdens de Tour de France, in de dagen dat Wout Van Aert zo goed bezig was.

Het geanimeerd gesprek ging over de koers en over het komende WK in Yorkshire. Dat het een spannende wedstrijd zou worden met de twee veldcrossers – van Aert en van der Poel – die zouden deelnemen. En dat Wout van Aert mag winnen!

Ik, onnozele die ik ben, zei dat ik hoopte dat van der Poel zou winnen.

Mensenlief, wat een boe-geroep kreeg ik over mij heen.

Toch genen Ollander zeker!!!!

Waarom niet? Die jongen rijdt niet alleen fantastisch, ik hou ook van zijn eenvoud, zijn speelsheid, zijn plezier in wat hij doet. En hij is bovendien ook maar een halve Hollander want hij woont al heel zijn leven bij ons in het dorp.

Maar dat doet er niet toe. Al kwam hij van Timboektoe, ik ben fan.

En dat het wielrennen leeft onder de Vlamingen, dat was daar wel heel duidelijk.

Naar zee

Laat ik het ook nog eens even over de hitte van vorige week hebben.
Die is gelukkig voorbij. Ik kan er echt niet meer tegen Ik geraak in een mum van tijd oververhit en mijn hart slaat op hol. Mijn vader had net hetzelfde: hoe ouder hij werd, hoe slechter hij er tegen kon. Zal dus wel genetisch bepaald zijn.

In tegenstelling tot mijn lieve echtgenoot die donderdag, bij een temperatuur van 39 graden, in de volle zon het tuinhuis stond af te schuren. Dan ben ik toch echt wel een tikkeltje jaloers. 

 Vorige week donderdag had ik het helemaal gehad. Ik was de hele week niet buiten geweest. ’s Morgens in alle vroegte snel even boodschappen doen en voor de rest van de dag binnen zitten. Niet echt iets voor mij, maar naar buiten gaan in die hitte was geen optie. En gelukkig was er de Ronde.

Toen weerman Frank donderdagavond frisser weer (25 graden) aankondigde aan de kust voor vrijdag, wisten we al wat we vrijdag zouden doen: de hete zandgrond van de Kempen ontvluchten en naar zee!
We vertrokken thuis met 28 graden en hoe verder we richting zee reden, hoe warmer het werd. Het zal toch niet waar zijn!!! Zo’n kilometer of vijf van de kust begon de temperatuur dan toch te dalen en toen we aankwamen in Vlissingen rond een uur of elf was het effectief een zalige 25 graden en er stond een briesje.
Fietsen van de auto geladen, koffie gaan drinken op ons vast terras op de boulevard en de veerboot genomen naar Breskens.
We zouden niet verder fietsen dan Cadzand want met de wind op kop – het ‘briesje’ was in feite een flinke bries – had ik het toch wel heel erg lastig. En ondertussen was de temperatuur al geklommen tot 30 graden. Voor mij alweer veel te warm om te fietsen. Een lange lunch dan maar. Dat vinden wij nooit verkeerd. 😉
Op de terugweg hadden we geluk. De wind was niet gedraaid – dat gebeurt ons namelijk al eens – en in een recordtijd stonden we terug aan de boot.
Het was best nog wel een warme dag, maar met bijna 30 graden nog altijd 10 graden koeler dan thuis. We hebben er weer van genoten.

Mijn plek onder de zon

Ik ben zo blij dat ik woon waar ik woon. Ik ken eigenlijk niemand die uit ons dorp is weggegaan omdat hij/zij er niet graag woonde. Ik ken wel veel mensen die weg zijn gegaan en na een tijd zijn teruggekomen. Waaronder mezelf.

Na ons huwelijk, in 1976, hebben we drie jaar aan de rand van de stad gewoond. Leek ons praktischer in verband met werk omdat ik toen in Antwerpen werkte en mijn man met de bedrijfsbus naar zijn werk kon.

Toen ik na een paar jaar van werk veranderde en het praktische van de stadsrand wegviel, was de keuze snel gemaakt: terug naar de natuur, naar mijn roots … En dat is wel zeer letterlijk te nemen want we zijn uiteindelijk geland op 50 meter van mijn ouderlijk huis. Een huis met een tuin – niet te groot en niet te klein – aan de rand van het dorp, midden in het groen. Voor mij bekend terrein, voor mijn man een totaal nieuwe omgeving want hij is afkomstig van de stadsrand. 

Toen we jong waren vonden we natuur en rust een beetje saai. In ons dorp viel er ook niet veel te beleven. De stad, cinemake doen, theater, concert meepikken, … dát was het leven. En dat is was ook tof. We gaan nog graag af en toe eens naar de stad. Een half uurtje rijden (of 20 minuten treinen) en we staan in hartje Antwerpen. Maar hoe tof is het niet om na een dag in de stad weer in de rust van het platteland te komen en stilte te ervaren. Hoe ouder we worden, hoe meer we dat appreciëren.

Zeg nu zelf, op 2 minuten fietsen staan we op de heide (*). De bossen, de vennen, de duinen, … mooi in elk seizoen.

Heide voor blog//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Lente, zomer, herfst, winter op de Kalmthoutse heide
(*) Officieel 3* stiltegebied sinds oktober 2016.

Maar ook ons ooit zo rustig landelijk dorp is ten prooi gevallen aan projectontwikkelaars. De dorpskern wordt in sneltempo volgebouwd met appartementen. Op het terrein waar vroeger één villa stond, staat er nu een blok met maar liefst 17 luxe appartementen en 8 winkelpanden. Ik wil best begrijpen dat we mettertijd allemaal kleiner – en meer ‘op elkaar’ – moeten gaan wonen maar appartementen van dit kaliber zijn helaas alleen voor de happy few. En al die winkelpanden raken nooit verkocht. Er is nu al zoveel leegstand.

Petities gingen en gaan rond om deze evolutie tegen te houden. Helaas geldt de wet van de sterkste en het bouwen gaat onverminderd voort. Alles om de aangekondigde betonstop voor te zijn. Ons landelijk dorp van weleer is een dorp met een stads kantje aan het worden.

Maar wij wonen hier graag, we gaan hier nooit meer weg. En de heide en de bossen blijven gelukkig zoals ze zijn. Daar zullen we altijd rust en ruimte vinden.

Weekend Leiden

Vorig weekend hebben we met een grote vriendengroep drie dagen doorgebracht in Leiden. Een weekend met een portie cultuur, natuur, eten en drinken en vooral heel veel leute en plezier. ‘Avondlijke’ wandelingen inbegrepen!

Zoals je van mij gewend bent: ik ben beter met beelden dan met woorden, dus VEEL beelden en weinig woorden.

Ik hou van steden met water en daaraan heeft Leiden geen gebrek. En dan doel ik niet op de gigantische wolkbreuk waarmee we verwelkomd werden op vrijdag. Neen, ik bedoel de waterlopen, de grachten en de vele bruggetjes die de stad rijk is.
Tijdens onze wandeling met de stadsgids leerden we over Rembrandt en de Gouden Eeuw, over Leids laken, over de ontzetting van Leiden, over de Hofjes en nog veel meer. Dat weekend vonden toevallig ook de Leidse Rembrandtdagen plaats. Leiden ging zomaar even 350 jaar terug in de tijd. In heel de binnenstad brachten honderden figuranten in authentieke kleding Leiden terug naar de periode dat Rembrandt er woonde. Hiervoor was er een speciale Rembrandt-wandeling uitgezet met onderweg taferelen uit de 17de eeuw. Mooi gedaan en eens tof om mee te maken.
Een museumbezoek kon natuurlijk ook niet ontbreken. Er was gekozen voor Museum De Lakenhal omdat de Vlaamse kunstfotografe Karin Borghouts, nicht van een van onze groepsleden, de opdracht had gekregen om tijdens de renovatie van het museum de werkzaamheden te fotograferen. Haar bijzondere foto’s hangen in een van de tentoonstellingsruimtes en de uitleg werd ons gegeven door Karin zelf. Later kregen we nog de kans om de andere collecties van het museum te bezoeken.
Collage 2019-07-15 16_01_38//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

We bleven pech hebben met het weer, al werd het wel droog toen we vertrokken voor onze zondagse ochtendwandeling in de Hortus Botanicus, de oudste plantentuin van Nederland die al sinds de 16de eeuw bestaat. De Hortus is een mooie tuin die onderverdeeld is in thematuinen met veel afwisseling: bomen, planten, bloemen, kruiden, …
Zondagnamiddag stond er een boottocht op de Kagerplassen op het programma. De Kagerplassen bestaan uit 12 verschillende meren die omzoomd zijn door een netwerk van kleine rietsloten en vaarten. Tussen en om deze meren bevinden zich diverse eilandjes en polders met veel oude molens en hier en daar een boerderij. Het werd een ontspannen boottocht en tevens het einde van ons weekend.

collage//embedr.flickr.com/assets/client-code.js

Zomer

zomer …

… lange zonovergoten dagen
… eindeloze zwoele avonden
… ijsjes eten om af te koelen
… koele drankjes 
 De werkelijkheid dezer dagen ligt enigszins anders.
16 graden kan je bezwaarlijk ‘warm’ noemen.
Of toch?
Jawel hoor!
Met de haard aan is het lekker warm in huis.
En het grauwe en het grijze verdwijnt dankzij de vele kleurrijke bloemen op ons terras en in de tuin.
Maar laat nu de zomer toch maar komen.

Een kwaaie peuter

De dag nadat we terug kwamen uit vakantie hadden we gevraagd aan zoon & schoondochter of we onze Kleine Man ’s middags mochten gaan afhalen op de crèche. We hadden hem tenslotte al drie weken niet meer gezien. Toch niet live. En dat mocht!

Ik bel om één uur om te horen of meneertje al wakker is van zijn middagdutje want hij had ’s nachts slecht geslapen. Neen, hij was nog niet wakker maar de juf zou ons bellen.

Kwart over twee belt ze en wij springen in de auto.

We komen aan het klasje en, gewoonlijk, zodra hij ons in het vizier krijgt, laat Kleine Man dan vallen wat hij vast heeft en spurt op ons af. Deze keer bleef hij netjes op zijn stoeltje aan tafel zitten. Zoals alle andere kindjes. De juf roept hem: ‘kijk Wannes, opa en oma’. Hij kijkt, maar verroert geen vin. Met dat ze hem van zijn stoeltje wil pakken laat hij zich languit op de grond vallen en begint hij te krijsen.

ETEN! ETEN‘, roept hij. Wij schrokken eerlijk gezegd wel want zo hadden we hem nog nooit gezien. Blijkt dat het net het ‘fruitmoment’ was. Slechte timing van opa en oma!

Gelukkig weten de juffen hoe ze dat moeten aanpakken. Snel werd er een banaan voor hem gehaald en zijn gezichtje klaarde helemaal op. Met de manaa stevig onder zijn arm geklemd verliet hij als een blij kindje zijn klasje. Opa en oma ook blij omdat Kleine Man weer zijn vrolijke zelf was. 👶

Ouder worden

Ouder worden, dat gaat vanzelf. Ik heb altijd gedacht dat ik daar geen moeite mee had en in mijn hoofd heb ik daar ook weinig of geen moeite mee. Ik mag dan wel (bijna) vijfenzestig zijn, ik voel me geen vijfenzestig. Of beter: ik weet niet hoe je je als vijfenzestigjarige moet voelen. Ik voel me goed in mijn vel. Ik ben nog altijd heel erg op mijn gemak bij jonge mensen, meer dan bij ouderen.

Helaas lijkt de aftakeling toch wel begonnen nu. Mijn geheugen is niet meer wat het ooit was. Dingen uit een ver verleden weet ik nog perfect te reconstrueren. Recentere zaken zijn veel moeilijker. Ik vrees echt de dag (10 september) dat de Spaanse les terug begint en hoop dat de twee jaren studie niet voor niks zijn geweest.

Nog zo’n voorbeeld. Ik ga naar mijn laptop om iets op te zoeken en tegen dat ik hem open heb weet ik echt niet meer waarvoor ik kwam.

Fysiek is het helemaal een kleine ramp. Het kan altijd erger, dat weet ik ook wel, maar waar ik tot een jaar geleden nog fris en fruitig als een jonge olifant de trap op en af denderde, gaat dat nu aan een veel gezapiger tempo. Is deels ook wel te wijten aan mijn overgewicht, maar toch.

Op mijn knieën zitten? Kan ik niet meer. Als ik me na 50 km fietsen (elektrisch, welteverstaan) op een terras neervlei en ik sta na een half uur terug op … man, man, niet normaal hoe stijf die knieën zijn!

Recht komen vanuit hurkstand, wat wel eens gebeurt als ik met onze Kleine Man aan ’t spelen ben, lukt alleen als ik een steun heb waar ik mij aan op kan hijsen. Of die mij omhoog kan trekken. Manlief meestal. 😉
De Franse toiletten die we tijdens onze afgelopen vakantie in Italië nog hier en daar tegenkwamen … niet simpel om recht te geraken!

Artrose in mijn (voorlopig alleen) linkerhand … gaat er ook niet meer op verbeteren.

Gelukkig zijn er nog veel dingen die ik nog wel kan. En ik blijf eraan werken om zo lang mogelijk fit te blijven, geestelijk en lichamelijk.