Afscheid

Vandaag heb ik afscheid genomen van mijn trouwe metgezel. Elf jaar lang – goed voor honderdvijfenzestigduizend kilometer – was hij mijn maatje dat me overal naartoe bracht.  Elf zomers lang maakten we de wegen in binnen- en buitenland onveilig, met mooi weer topless. Hij. Niet ik.

Vorig jaar heeft hij me al eens in de steek gelaten … een rekening om U tegen te zeggen. Vorige week opnieuw en weer lopen de kosten hoog op. Met mijn verstand weet ik dat ik er geen kosten meer aan moet doen. Mijn hart zegt iets anders, maar ik ga deze keer het verstand laten primeren. We hebben die tweede auto ook niet meer nodig sinds we allebei op pensioen zijn.

De nummerplaat is ingeleverd, de verzekering is opgezegd en ik heb hem nu op een tweedehandssite te koop aangeboden in de hoop er nog een beetje centen voor in ruil te krijgen. Dat maakt het afscheid toch wat minder erg.

Ik zal de zomerse cabrio-ritjes missen!

UPDATE
Mijn karretje is verkocht. Nauwelijks één dag heeft hij te koop gestaan. Ik hoop dat de toekomstige eigenaar er evenveel plezier van zal hebben dan ik gehad heb.

Vlaamse Ardennen

Zo’n schitterende dag weer. En deze keer zijn we niet naar zee gereden. Ze lonkte wel, maar we hadden in de Gazet (van Antwerpen, uiteraard) een artikel gelezen over de Zwalmstreek en dat leek ons ook wel mooi om te wat te gaan cruisen met de funcar
Glooiende weilanden, riviertjes, kerktorens, watermolens, … af en toe eens uitgestapt om iets te bekijken, een wandelingetje te maken, iets te drinken. Kortom, een heerlijke dag.

Mijn fiets, ik, het bos en het geluid van duizend vogels

Noodgedwongen moest ik vandaag met de fiets naar mijn werk. Zes kilometer heen, zes kilometer terug … totaal niet onoverkomelijk dus. En toch doe ik dat eigenlijk nooit. Het is zo gemakkelijk om de auto te nemen en, toegegeven, ik ben liever lui dan moe.
Maar vandaag had ik geen andere keuze want manlief zit met zijn auto in de Ardennen (korte fietsvakantie met vrienden) en mijn Black Beauty, waarop ik tot nog toe ALTIJD kon rekenen, heeft me in de steek gelaten. 
Gelukkig was het droog vanmorgen, weliswaar met dreigend grijs op de achtergrond, maar dat kon de pret niet drukken. En, eerlijk is eerlijk, ik heb genoten van mijn fietstochtje langs rustige wegen met nauwelijks verkeer. Het was ik, mijn fiets, het bos en het geluid van duizend vogels. Heel mooi! Zo mooi dat ik er vanmiddag nog een stukje heb aangebreid en me toch maar weer eens heb voorgenomen om wat meer de fiets te nemen …

Auto rijden

Vanmiddag toen we in de auto zaten – manlief aan het stuur, ik als passagier … gewoonlijk is het net andersom want Het Moet Wel Vooruitgaan! – zei hij plots: gij had rijinstructeur moeten worden. Of examinator! Ik vrees dat het niet als een compliment bedoeld was … Volgende keer maar een plakker meenemen om op mijn mond te plakken.

Carwash

Ik was gisteren in de carwash. Het was nodig want mijn auto zag bruin van het stof in plaats van glanzend zwart, maar dit terzijde.
Deze carwash wordt gerund door buitenlanders. Het kunnen Turken zijn, maar even goed Armeniërs, Afghanen, Iraniërs, Irakezen of nog iets anders. Ik kan het niet vragen want ze spreken alleen hun eigen taal en een paar – voor hen – elementaire woorden. Zoals gisteren, toen ik mijn BTW bonnetje vroeg. De man zette een heel onhandige krabbel in het vakje ‘handtekening’, wees op het bonnetje en zei ‘jij srijf‘. Zijn ze analfabeet? Of schrijven ze alleen Arabisch? Welke toekomst denken ze te kunnen opbouwen op deze manier? Waarom zijn ze überhaupt naar België gekomen? Het zijn vragen waar ik helaas nooit een antwoord op zal krijgen. Maar mijn auto is proper, en dat is ook al heel wat!

Salve! (*)

Zoals we de laatste jaren steeds doen, ook deze keer weer een fly & drive en een rondreis, doorheen Sardinië deze keer. Het eiland was ons totaal onbekend en eigenlijk was ik na het lezen van reisgidsen, forums en dergelijke niet veel wijzer geworden want ‘zoveel mensen, zoveel smaken’.

Deze vakantie was er eentje met nogal wat hindernissen. Te beginnen met

  • de treinstaking. We gaan, als het uitkomt met de vluchturen, met de trein naar de luchthaven – het is een rechtstreekse verbinding, heel gemakkelijk ;
  • de bestelde taxi was te laat ; 
  • file, file, file onderweg naar Zaventem zodat we bijna onze vlucht gemist hadden ;
  • vertraging van onze vluchten, een geluk bij een ongeluk ; 
  • creditcard van manlief werkte niet, deze was geblokkeerd vanwege ‘frauduleuze transacties’, maar gelukkig hebben we meerdere kaarten ;
  • CF-kaartje van fototoestel vol en in geen velden of wegen een fotowinkel te bekennen. Jawel, ik had een USB-stick mee maar zonder laptop (die ik voor één keer had thuisgelaten) ben je daar niks mee. Hoe stom kan je zijn! Gelukkig na lang zoeken toch een CF-kaartje gevonden.
  • de grootste ‘hindernis’ voor mij persoonlijk was toch wel het klimaat. Heet en vooral heel vochtig en als er nu iets is waar ik niet tegen kan … En geen zuchtje wind wat het nog ondraaglijker maakt.
Cagliari, onze eerste stop, was goed te doen. Het was toen ook nog niet echt warm, zo’n graad of 25. Heerlijk weer dus om, na onze bagage te hebben gedropt in Hotel Nautilus aan de Lungomare Poetto (die helemaal opengebroken lag vanwege herinrichting), de stad te gaan verkennen. Hoewel de hoofdstad van Sardinië, is het oude stadscentrum niet echt groot. Buiten de wijk Castello met zijn smalle straatjes is er weinig cultureel erfgoed in Cagliari, al waren de oude palazzi aan de haven wel erg mooi. Maar we waren er eigenlijk heel snel uitgekeken omdat er ook niet veel ambiance was. Geen gezellige pleintjes, weinig volk, niet het ‘kloppende hart’ zoals het in de reisgids werd voorgesteld.

De volgende dagen hebben we uitstappen gedaan naar Villasimius, het ‘dynamische vakantieoord met paradijselijke stranden’ en naar Costa Rei. Een mooie rit langs de kustweg die hoog boven de zee ligt en van waar je prachtige vergezichten hebt. Spijtig genoeg kan je bijna nergens langs de weg eens stoppen voor een foto. En dynamisch waren deze plaatsen ook totaal niet. Het toeristisch seizoen lijkt hier nog heel ver weg begin juni.

Verder ook nog naar Chia in het uiterste zuiden gereden. Ook daar viel niet veel te beleven, ook de weg er naartoe was niet echt spectaculair. We hebben er dan maar een halve dag op het strand doorgebracht. Wij houden wel van wat ambiance en gezelligheid … terrasjes, mensen kijken, toffe pleintjes, … en dat hebben we heel deze vakantie heel erg gemist.

Op dag vijf zetten we onze rondreis verder en gaan we voor vier nachten naar Hotel Nettuno in Cala Gonone. De weg er naartoe doorheen het Parco Naturale dei Sette Fratelli is schitterend: hoge rotsen afgewisseld met veel groen … ik heb nooit geweten dat Sardinië zó groen was! Het wegennet op Sardinië bestaat voornamelijk uit smalle (berg)wegen waar de maximum snelheid 50 km/uur is (op sommige stukken haal je niet eens 20 km/u). We hadden dus al snel door dat je je tijd moet nemen voor je verplaatsingen. Daarom hebben we er telkens een volledige dag voor uitgetrokken om van de ene locatie naar de volgende te rijden. Zo konden we onderweg nog wat aan sightseeing doen. De Rocce Rosse (rode rotsen) in Arbatax en Pedro Lungo (rots) in Baunei tijdens deze rit, en dan verder over de Passo Manno met stijgingen tot wel 20% naar Cala Gonone. Ons Fiatje 500 had het soms zwaar te verduren. Ontegensprekelijk een schitterende rit, en zo zouden er nog vele volgen.

Cala Gonone ligt helemaal afgelegen aan de oostkust. Je komt er langs een smalle bochtige weg, ofwel met de boot. Het is een gezellig stadje, dorp eigenlijk want het is maar klein. De Lungomare is afgeboord met oleanders en parasoldennen en er zijn voldoende restaurantjes. Heel gezellig! De troeven van Cala Gonone zijn de Grotte del Bue Marino en de verschillende strandjes zoals Cala di Luna, Cala Mariolu, enz. Aan het haventje kan je een bootje huren, of een excursie met een grotere boot boeken. Dat laatste hebben wij gedaan en de boottocht was prachtig.

De kustlijn gezien vanaf de zee is veel spectaculairder dan vanaf het land. Eerst hebben we de grotten bezocht, daarna naar Cala di Luna. Manlief heeft een paar uren genoten op het strand, maar voor mij was het veel te heet (33°, gevoelstemperatuur 37°) en vooral de hoge luchtvochtigheid speelde me parten. Niet voor niets is het eiland zo groen natuurlijk! Gelukkig was er wat verderop in het bos een cafeetje waar ik me in de schaduw kon zetten. Samen met een tiental wandelaars die van Cala Gonone naar Cala di Luna gestapt waren …  9 km bergop, bergaf, in de brandende hitte … ik doe het ze niet na!

De volgende dag weer een mooie rit: door de Sopramonte naar Orgosolo, bekend van de murales (muurschilderingen), die eigenlijk een stil protest zijn tegen alle vormen van onrecht in de wereld. Indrukwekkend! Zoals deze van een zwarte vrouw met haar kind achter prikkeldraad, met een tekst van Desmond Tutu (vertaald): “Toen de eerste missionarissen naar Afrika kwamen, hadden wij het land en zij de bijbel. Toen sloten we onze ogen en baden. Toen we ze weer openden, hadden wij de bijbel in de hand en zij het land.” Om stil van te worden.

We waren eigenlijk snel uitgekeken in Cala Gonone, vier nachten daar was gewoon te lang want er viel in de buurt niet heel veel te zien. Dat wist ik, maar ik had erop gerekend ook wat tijd aan het strand te kunnen doorbrengen. Helaas waren de stranden daar niet wat we ervan verwacht hadden. Keienstrandjes en geen faciliteiten (strandstoelen, parasols, toilet, douche). Niet getreurd, de auto instappen en een eind rijden want de landschappen waren adembenemend mooi daar in het oosten van Sardinië. Dramatische rotspartijen aan de ene kant, de zee, in alle mogelijke tinten blauw, aan de andere kant. Achter elke haarspeldbocht een ander, nog mooier uitzicht.

En onderweg kom je allicht nog iets tegen om te bezoeken, zoals bijvoorbeeld de archeologische site Nuraghe Mannu waar we een zeer interessante uitleg kregen van de enthousiaste gids. Nuraghi zijn hét culturele erfgoed van Sardinië.

Onze derde bestemming voor de volgende vier nachten was de Agriturismo Tenuta Pilastru op het platteland in Arzachena, een enorm domein met een eigen wijngaard. Een fantastische plek om tot rust te komen, met een mooi zwembad in een grote tuin waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt.

Het noorden van Sardinië staat bekend om zijn fascinerende kustlijn: de Costa Smeralda met haar prachtige stranden en baaien met helder water van het mooiste blauw, uitlopend in immense granietrotsen zoals bij Capo Testa. Mondaine stadjes als Porto Cervo met – eindelijk – wat gezellige terrasjes. De duren prijzen nemen we heel graag voor lief. We hebben heel de kust gereden, van Baia Sardinia tot in Porto Rotondo. In de auto was het fris en beter dan buiten want, oh, wat heb ik afgezien van de hitte!

We hebben ook vanuit Palau een mini cruise gedaan doorheen de Maddalena Archipel. Ik heb lang getwijfeld, want tijdens zo’n dagexcursie ga je drie keer van boord om te zwemmen en te zonnen op het strand in een baaitje. Toch maar doorgezet en het was werkelijk heel mooi en relaxerend om langs de talrijke kleine eilandjes te varen. De strandjes waren niet mijn ding (geen faciliteiten want beschermd natuurgebied).


Onze laatste vier nachten brachten we door in Country Hotel Vessus in Alghero. De route die ik had uitgestippeld liep langs kleine wegen, met veel bochtwerk en weer een heel ander landschap: glooiende heuvels, landbouw, wijngaarden en langs de weg duizenden klaprozen en veldbloemen. Een schitterende immense lappendeken. 
Na het inchecken maar direct een eerste bezoek aan Alghero gebracht, klein maar fijn en toch wat meer leven dan in de andere plaatsen. De Rally di Sardegna die zal daar niet vreemd aan geweest zijn. En eindelijk eens een fatsoenlijk strand, met ligbedden én douches én toiletten, waar we een dag hebben doorgebracht. Onder de parasol weliswaar, want ook hier was het brandend heet, maar er stond een briesje.
En we hebben ook nog twee mooie stadjes bezocht: Castelsardo en Bosa. Kleine stadjes die tegen de berg aanleunen, veel trappen, heel veel trappen, en dat in die hitte … En weer een mooie rit er naartoe. Als je het op de kaart bekijkt, dan is het grootste deel van Sardinië beschermd natuurpark. Rijden in Sardinië is ook heel relaxt. Wij hebben ritten gereden dat we nauwelijks andere auto’s of motoren tegenkwamen. De afstanden zijn evenwel niet te onderschatten!

Op onze laatste dag moesten we helemaal terug naar Cagliari, maar omdat onze vlucht pas ’s avonds ging hadden we nog ruim de tijd om over de kleine wegen te rijden met een omweg langs het schiereiland Sinis, ook alweer beschermd natuurgebied. En helemaal vlak, het leek wat op onze polders. Daar hebben we op het gemakje nog geluncht (en ik heb er genoten van de flinke zeebries) en om 17u hebben we onze auto ingeleverd op de luchthaven, met 2070 km meer op de teller.

(*) Salve! verwijst naar de begroeting van de Sardijnen. Hier geen buon giorno of ciao, maar salve. Net iets minder formeel dan buon giorno en iets formeler dan ciao. Je moet het maar weten. 

Onze reisweg op kaart:
(uitstappen niet meegerekend, dat was te veel gevraagd van Google Maps)

Bevindingen:
Sardinië is een eiland voor de natuurliefhebber die houdt van wilde, woeste natuur, van rust en stilte, voor de goed getrainde wandelaar, voor mensen die qua luxe niet veeleisend zijn. Eerder een eiland voor kampeerders. Wij zijn toch meer van het mondainere, en ik miste vooral de zuiderse sfeer. Ook qua cultuur bleef ik op mijn honger.

Tip: kijk uit waar je tankt. Benzineprijzen variëren van 1.53 tot 1.70 euro (juni 2015). Voor service, of betalen met creditkaart betaal je 20 cent per liter extra (resp. 1.73 en 1.90 euro).

Logies (alles geboekt via booking.com):
Hotel Nautilus, Cagliari:

Nieuw hotel met 17 kamers aan de Lungomare Poetto, op 10 minuten rijden van het stadscentrum. Het was er nu erg rustig omdat de Lungomare opgebroken lag en tot het einde der werken verkeersvrij is. Dat zou wel eens anders kunnen zijn als er opnieuw auto’s mogen rijden. Helaas heb je vanaf het hotel geen zeezicht omdat er een lelijk gebouw in de weg staat op het strand voor het hotel.

Kamer: mooi gedecoreerd in blauw/wit, nautische stijl, met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), maar onze standaard kamer was erg klein, ik schat zo’n 10m² terwijl op booking.com aangegeven staat dat de kamers 19m² zijn (tenzij ze terras en badkamer meetellen in de 19m²).
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden en er was geen lawaaihinder van buiten of van de andere kamers. 
Parking: geen privé parking, wel altijd gemakkelijk plaats gevonden op een pleintje vlakbij.
Service: vriendelijk en klantgericht meertalig personeel.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, … en heel lekkere cappuccino.
Extra: gratis gebruik van fietsen, strandstoelen en parasol.
Prijs/kwaliteit: te duur.

Hotel Nettuno, Cala Gonone:

Recent vernieuwd hotel met 28 kamers, op 200 meter van de zee en het centrum van het dorp. Erg rustig gelegen.

Kamer: ruime kamer zonder decoratie met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), badkamer met kleine douche en balkon. Lawaaierige en niet voldoende koelende airco.
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden dankzij de elektrische rolluiken. Geen lawaaihinder van buiten, wel dunne muren.
Parking: geen privé parking, enkele gratis plaatsen op de straat of betaalparking. Altijd gemakkelijk plaats gevonden in de nabijgelegen straatjes.
Service: vriendelijk en klantgericht meertalig personeel.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, …
Prijs/kwaliteit: zeer goed.

Agriturismo Tenuta Pilastru, Arzachena:
Authentieke stazzo gallurese (boerderij in de typische stijl van de streek) omgevormd tot hotel met 32 kamers en een mooi zwembad in een grote tuin. Erg rustig gelegen op het platteland, op 7 km van de zee.
Kamer: ruime kamer in bijgebouw met klein raam waardoor deze nogal somber overkwam, doch met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), badkamer met grote inloopdouche en een terras. Prima airco in slaap- en badkamer.
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden dankzij houten luiken. Totaal geen lawaaihinder en heel stille airco.
Parking: grote privé parking voor het hoofdgebouw waar ook het restaurant zat.
Service: beetje onpersoonlijk.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, … Geen airco in de ontbijtruimte.
Prijs/kwaliteit: goed.
Restaurant (ook toegankelijk voor niet-gasten): twee menu’s: een 3-gangen keuzemenu à 25 euro ; een 3-gangen regionaal menu à 35 euro. Beide prijzen inclusief een fles wijn van de eigen wijngaard, water, koffie en digestief. Eén avond gegeten, was lekker maar (zoals in alle restaurants met lokale keuken in Sardinië) niet de fijnste keuken, aan een correcte prijs.

Mooi zuiders landhuis (waar de eigenaar woont) met 11 kamers in een bijgebouw, te midden van een olijfgaard van 14 hectaren. Tuin met zwembad. Erg rustig gelegen op 5 min. rijden van het stadscentrum. 

Kamer: ruime kamer, met liefde gedecoreerd, en met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), badkamer met douche en een terras. Prima airco.
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden dankzij houten luiken. Totaal geen lawaaihinder.
Parking: grote privé parking tussen de olijfbomen.
Service: vriendelijk en klantgericht.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, …
Prijs/kwaliteit: goed.


Restaurant Il Corallo (ook toegankelijk voor niet-gasten): à la carte Sardijnse keuken. Eén avond gegeten, was lekker en zeer fijn maar wel iets duurder dan in de stad.

Auto:
Gehuurd via Sunnycars bij Auto Europa/Sicily By Car. Ik had er een hard hoofd in want de reviews over Sicily By Car liegen er niet om, en als je bij Sunnycars huurt ken je de verhuurder pas als je de voucher in handen hebt (na betaling). Alles is echter zeer goed verlopen: snelle afhandeling van de papieren bij ophalen, slechts 300 euro borg geblokkeerd op de creditcard, snelle en correcte afhandeling bij inleveren.


Andalucía

En daar was de maand juni weer, al jaren onze vakantiemaand. Door ziekte van ons allebei hebben we wel tot op het laatste moment getwijfeld of we niet beter zouden annuleren, maar uiteindelijk besloten we om toch maar te vertrekken voor onze 3-weekse fly & drive Andalusië. We zouden wel zien … 
Na aankomst op de luchthaven van Málaga namen we onze Renault Clio in ontvangst en reden we naar ons eerste verblijf, een hotelletje aan de rand van de stad. Vijf nachten hadden we hier geboekt, om wat te genieten van het strand en om de stad Málaga te verkennen. Málaga is tegenwoordig erg in trek als citytrip-stad en dat is zeker terecht. Een mooie en propere stad waar veel te bezichtigen is, leuke pleinen en pleintjes, lekker eten, het strand La Malagueta vlakbij. En we konden alles op de fiets doen want onze gastheren Jeroen en Frens hebben voor iedere gast een gratis fiets ter beschikking. Dat was natuurlijk, in ons geval met een man die nauwelijks kon lopen, een groot voordeel! Kortom, een goed begin van onze vakantie. Hoewel …  


Op dag 2 voelde ik me niet lekker en heeft Frens voor mij een afspraak kunnen regelen bij zijn huisarts. Een uitgebreid onderzoek en vele vragen later had ik een recept op zak voor antibiotica (de vierde reeks sinds half mei). Op hoop van zegen …

Vanuit Málaga hebben we nog een dagtrip gemaakt naar Comares, een hele mooie pueblo blanco in de bergen. Nu ja, heuvels. We hebben daar een uitgestippelde ‘stads’wandeling gemaakt.  
Niet met een kaart of met een gidsje, maar aan de hand van keramieken ‘voetstappen’-tegels tussen de bestrating van de smalle straatjes. Heel origineel.

En natuurlijk moesten we ook nog eens in Marbella gaan kijken. We zijn er vroeger zo vaak geweest, toen het nog het walhalla voor de rijke Arabieren was. Nu zit er stikvol nieuw-rijke Russen, wier vrouwen blijkbaar allemaal naar dezelfde plastische chirurg gaan, want ze lijken allemaal op elkaar. Neen, Marbella viel vies tegen. Gelukkig hebben we er wel heel lekker gegeten … bij een restaurant met een Belgische chef, zo bleek tijdens een babbeltje met de knappe jongeman die ons bediende. 

Onze 5 dagen Málaga zijn voorbij gevlogen en voor we het wisten zaten we alweer in de auto op weg naar onze volgende bestemming: Granada.
De route hebben we trouwens langs de kleine wegen gereden, dwars door de Alpujarras. Mooi, mooi, mooi! Tussenstop was voorzien in Trevélez, bekend om de lekkerste jamón ibérico. Wat ik trouwens niet wist, is dat de term ‘pata negra’ niet meer mag gebruikt worden. Ofwel heb je jamón ibérico (van de donkere varkens), of jamón serrano (van de witte varkens). 
Omdat het langs de kleine bochtige bergwegen natuurlijk voor geen meter vooruit gaat vreesde ik een beetje dat we niet op tijd in Trevélez zouden zijn voor de lunch. Buiten de steden worden de lunchtijden namelijk heel strikt aangehouden. Dus stopten we in een bergdorp onderweg, zo’n dorp met een kerk, een paar huizen en een bar. In een van de huizen hing er een vrouw door het raam op de verdieping die ons toeriep ‘aquí restaurante‘. Tja, we moesten toch iets eten, dus wij ernaartoe. Blijkt dat het lieve mens haar huiskamer vol kleine tafeltjes had gezet en voor eventuele gasten een stevige maaltijd op tafel zet. We hebben haar maar iets laten klaarmaken wat zij voorstelde want we waren toch een beetje de kluts kwijt. Waar waren we terechtgekomen? Eind goed, al goed natuurlijk. Lekker gegeten en gedronken en ons best gedaan om te begrijpen wat de praatgrage vrouw allemaal vertelde. Ruim anderhalf uur later stonden we in Trevélez waar alle bars en restaurantjes nog open waren …

Onderweg hebben we nog genoten van het mooie landschap, van de bloeiende struiken langs de weg, en van de besneeuwde bergtoppen van de Sierra Nevada. Jammer dat er zo weinig plekken zijn waar je eens kan stoppen om een mooie foto te maken, want fotogenieker dan dit kan bijna niet.

’s Avonds om een uur of zeven kwamen we in Granada aan en toen ik uit de auto stapte dacht ik dat ik dood ging. Zevenendertig graden maar liefst en een drukte van jewelste, waarschijnlijk vanwege de zaterdagavond en het lange Pinksterweekend. Gelukkig hadden we een rustig gelegen hotelletje met een hele goede airco op de kamer. Ik voelde me echt niet lekker, kreeg geen lucht en ik vreesde dat Córdoba, onze volgende stop én de warmste stad van Spanje, nog erger zou zijn. Na veel wikken en wegen hebben we toen besloten het hotel in Córdoba te annuleren en een hotelletje te boeken aan de zee waar het allicht wat frisser zou zijn en waar ik wat meer lucht zou hebben.

De volgende morgen waren we al vroeg op pad – hoe vroeger hoe frisser tenslotte – en het viel me allemaal erg mee. De temperatuur was een aangename 25° en het was rustig in de straten. We hebben eerst de vooraf bestelde tickets voor het Alhambra uit de automaat gehaald en hebben toen de bus genomen naar het Albayzín. Daar zijn we op het hoogste punt uitgestapt en langs de kleine straatjes terug naar beneden gekomen. Manlief was in goede vorm want hij heeft maar een paar keer een korte rustpauze genomen. In de namiddag hebben we het Alhambra bezocht, eerst het Generalife en de tuinen en om 6u hadden we een timeslot voor de Palacios Nazaríes. Eigenlijk is het niet slecht dat er maar een beperkt aantal mensen per tijdslot toegelaten worden, zo wordt het nooit te druk en kan je rustig kijken en foto’s nemen.  

Toen we daar buiten kwamen om een uur of acht was het nog steeds zesendertig graden. We hebben ons gedoucht en

omgekleed en op onze kamer gewacht tot de temperatuur buiten wat gezakt was, en toen kreeg ik toch zo’n spijt dat ik Córdoba geannuleerd had, want ik had zo graag de Mezquita nog een keer gezien en ik had tickets voor een heel bijzondere flamencoshow. Dus heb ik het hotelletje aan zee maar weer geannuleerd en naar het hotel in Córdoba gebeld om te vragen of onze kamer nog vrij was. En die was nog vrij!

De volgende morgen heeft manlief de plaatselijke economie nog wat gesteund door de aankoop van kleding en schoenen. Ik heb hem moeten herinneren aan de bagage restrictie van 23 kilo per persoon op het vliegtuig, anders zou hij nog veel meer hebben gekocht! En dan zijn we, weer langs de kleine wegen, naar Córdoba vertrokken. Het eerste stuk zagen we niet anders dan olijfgaarden, zo ver het oog reikt. En verderop velden vol zonnebloemen, kilometers en kilometers lang. Een prachtig zicht!

Córdoba was heet, heel heet maar het was er enorm rustig en dan lijkt de hitte veel beter te verdragen. In het hotelletje kregen we de beschikking over de ‘private suite’, twee verdiepingen hoog – 54 trappen – zonder lift maar heel erg ruim met een apart slaap- en zitgedeelte en een privé terrasje met loungemeubels. We hebben er geen gebruik  van gemaakt want je smolt er weg van de hitte. Ook in deze kamer weer een super airco gelukkig. Toen het wat afgekoeld was naar tweeëndertig graden waagden we ons naar buiten, naar de Judería wijk die ik mij nog herinnerde alsof ik er gisteren nog geweest was. Het is nochtans een jaar of dertig geleden (van Granada herinnerde ik mij trouwens nog nauwelijks iets). Wat heb ik weer genoten van de prachtige patios in de stad.

De volgende dag ook weer vroeg uit de veren, voor een bezoek aan de Mezquita. Ik had echt geen tickets op voorhand moeten bestellen want er was nauwelijks volk. Soms waanden we ons alleen in dat immense indrukwekkende bouwwerk. Daarna hebben we ook nog het Alcázar bezocht, wat geterrast en tegen 22u werden we verwacht bij Arte y Sabores voor de flamencoshow. De show vindt plaats in een hele kleine tablao, een uniek antiek badhuis uit de 10de eeuw. Het biedt plaats aan maximum 30 gasten. Ik denk dat we met 16 waren en dat was perfect.  

Het was absoluut geen toeristische show met veel kleur en poespas. De twee danseressen en de danser waren volledig in het zwart gekleed, verder was er nog een zanger en twee gitaristen. Het was een vrij ruwe versie van flamenco (ook wat sevillana erbij), dramatisch en heel passioneel. Door het beperkt aantal toeschouwers werd het een heel intiem gebeuren. Ik had het niet willen missen.

De volgende dag na het ontbijt zijn we vertrokken voor onze laatste etappe: naar zee, naar Conil de la Frontera meer bepaald.

We zouden Sevilla passeren en daar wilden we in eerste instantie nog even afstappen om te lunchen. Maar we weten van vorig jaar dat parkeren er heel moeilijk is en tijdens het rijden en het surfen op mijn smartphone (hij reed, ik surfte) las ik iets over Carmona, het kleine broertje van Sevilla. Dat kenden we niet, dus hebben we daar geluncht en wat rondgelopen. Heel leuk stadje trouwens. Meer kerken dan inwoners, zo op het eerste zicht.

En zo kwamen we dan uiteindelijk in Conil de la Frontera terecht, een badstad met zo’n 20.000 inwoners … tijdens de zomervakantie oplopend tot 200.000.  Maar in juni gelukkig nog heel erg rustig, op de weekends na.
De toeristen hier zijn voornamelijk Spanjaarden en Duitsers (of Duitstaligen in ieder geval). Ook een enkele Nederlander, maar Vlaams hebben we er niet gehoord.

Ons huis lag in een nieuwe woonwijk aan de rand van de stad, gewoon tussen de plaatselijke bevolking. Het lag op 10 minuten lopen van het strand en 15 minuten lopen van het oude centrum. Al namen we altijd de auto om naar het strand of naar de stad te rijden want ons huis was nogal hoog gelegen. Naar strand/stad was zo geen probleem, maar terug … 

Ook hier was het heel heet en de levante wind waaide, dwz dat je op het strand zowat wegwaait.  De eerste paar dagen hebben we dan ook gewoon aan en in ons zwembad doorgebracht. De andere helft van het huis was niet verhuurd, dus we hadden het zwembad helemaal voor onszelf. Heerlijk!

Helaas stond ik ook hier op dag twee alweer bij de dokter voor antibioticakuur nummer vijf (in evenveel weken tijd).

Vanuit Conil hebben we nog uitstappen gedaan naar het pittoreske Vejer de la Frontera, naar Cádiz, naar Sanlúcar de Barrameda en naar Jerez de la Frontera. Cádiz was best wel de moeite, in Sanlúcar en Jerez was niet zo veel te zien. En uiteraard hebben we ook wat (halve) dagen aan het heerlijke strand doorgebracht. Allemaal leuk, allemaal erg van genoten.

Met de gezondheid van ons beiden ging het ook alsmaar beter. Manlief heeft zelfs op onze laatste vakantiedag een strandwandeling gedaan van iets meer dan een uur. Dat hij  ’s avonds dan weer redelijk wat pijn had nam hij dan maar op de koop toe.

En zo kwam er ook aan deze vakantie weer veel te snel een einde. Op naar de volgende …

Totaal aantal kilometers gereden: 1.870.

Logies:

Málaga, Villa Lorena

Aantrekkelijke villa met 7 kamers in de residentiële wijk El Limonar, aan de rand van de stad. Villa met klein zwembad en terras/tuintje. Perfect rustig gelegen. Erg leuke Nederlandse uitbaters die geen moeite uit de weg gaan om het hun gasten naar de zin te maken en een huiselijke en gemoedelijke sfeer creëren. Gratis fietsen voor iedere gast, lekker vers ontbijt ’s morgens, veel info en tips. 5 min. fietsen naar het strand La Malagueta, 10 min. fietsen naar de stad, 10 min. fietsen naar de heerlijke visrestaurantjes op de boulevard van Pedregalejo.

Ik had hier een standaardkamer geboekt. De kamer had helaas weinig kastruimte en ze was ook vrij donker vanwege de veranda die ervoor zat, en de badkamer was aan de kleine kant. Er was geen koelkastje op de kamer maar er was wel een grote ‘honesty bar’ in het huis. Wel koffie- en theezetfaciliteiten op de kamer trouwens. Gratis WiFi. Individuele airco. Parkeren op straat (hadden altijd plaats recht voor de deur).
Als we nog een keer naar Málaga komen, dan wil ik beslist weer bij Jeroen en Frens logeren, maar dan boek ik wel een luxe kamer met balkon.
Prijs/kwaliteit: goed.
Klein design hotel in een rustig straatje. Goed gelegen, vlakbij de winkels en op wandelafstand van het Alhambra, al hebben wij de bus genomen vanwege de hitte en het feit dat manlief zich een beetje moest sparen om het Alhambra nog te kunnen ‘doen’.
Ik had hier een superior kamer geboekt. Deze lag op de derde verdieping aan de straatkant en was zogenaamd ‘soundproof’. Dat was helaas niet het geval en gezien de drukte op de zaterdagavond/zaterdagnacht hebben we allebei met oordopjes geslapen. De volgende nacht hebben we trouwens geen lawaaioverlast meer gehad. 
Ook hier geen koelkastje, ook geen koffie- en theezetfaciliteiten. Gewoon een degelijke kamer met goede bedden en een badkamer met inloopdouche. Gratis WiFi. Individuele airco. Geen eigen parking, maar wel mogelijkheid tot parkeren tegen verminderd tarief in een parkeergarage (met camerabewaking) op enkele minuten wandelen van het hotel.
Ontbijt wordt hier niet geserveerd, maar kan genomen worden in het naastgelegen restaurant van het hotel, à la carte. Voor 5 euro heb je een prima ontbijt met versgezette cappuccino, vers appelsiensap, een toast met ham of kaas en een grote croissant.
Prijs/kwaliteit: onovertroffen.
Hotelletje met 12 kamers en een ‘private suite’. Deze hadden wij! Zeer ruime kamer met slaapgedeelte – het slaapgedeelte was groter dan onze slaapkamer thuis! – en zitgedeelte, heel veel kastruimte en grote badkamer met ligbad/douche. Heel rustig gelegen. Gratis WiFi. Individuele airco. Geen eigen parking, maar wel mogelijkheid tot parkeren in een parkeergarage (met camerabewaking) op vijf minuten wandelen van het hotel.
Ook hier wordt geen ontbijt geserveerd maar zoals overal in Spanje kan je in iedere bar/pasteleria ontbijt krijgen. Er waren mogelijkheden te over in de onmiddellijke nabijheid van het hotel.
Prijs/kwaliteit: onovertroffen.
Conil de la Frontera, Appartement Atalaya 2
Een vrijstaande woning in de nieuwe wijk Atalaya. Geen vakantiecomplex, gewoon een huis in een straat met plaatselijke bewoners.
Het huis is opgedeeld in twee appartementen. Wij hadden het appartement op de verdieping gehuurd (benedenburen geven minder hinder dan bovenburen). Het is een ruim appartement met een living met volledig geïnstalleerde open keuken, twee slaapkamers met veel kastruimte, een badkamer met ligbad/douche, een terras met tuinmeubels, een groot dakterras, beneden een gezamenlijk terras met zwembad, vanuit ons appartement met een buitentrap te bereiken, en een immense ondergrondse garage. Overal airco en free WiFi uiteraard!
De benedenverdieping was niet verhuurd, dus wij hadden het benedenterras en het zwembad voor ons alleen. Super!
Prijs/kwaliteit: zeker zijn geld waard.