Het smelt

Net als de rest van Vlaanderen ben ik meegegaan in de hype en ben ik Het smelt van Lize Spit aan het lezen. Het boek werd aangekondigd als een bestseller, een toproman.
 
Ik ben met heel veel moeite al tot pagina 126 geraakt en tot nog toe vind ik het een ongelooflijk saai boek. Er zit geen enkele vaart in en het noodt mij niet tot lezen. Het is eerder bijna een corvee en ik moet nog 282 bladzijden.
Ik hou het nog wat vol in de hoop dat het beter wordt, maar ik vrees een beetje dat het dezelfde richting opgaat als met de boeken van Griet Op de Beeck. Ook die vond ik maar niks. Haar nieuwste (Gij nu) ga ik zelfs niet meer aan beginnen. Het is gewoon niet mijn stijl, wat de literaire critici daar ook over mogen denken.

Zaterdagmorgen

En zo zit ik op een zaterdagmorgen half negen al achter mijn laptop. Ik heb al heerlijk buiten in het zonnetje ontbeten, tussen al mijn bloemen en planten, of tenminste wat er nog van overblijft. Er zit ook al een was in de machine en ik heb de living al geswifferd. De reden van mijn vroege activiteiten is heel simpel: ik lag al om half zeven wakker en ben dan uiteindelijk maar om zeven uur opgestaan. Van draaien en keren krijg ik alleen maar koppijn. En eigenlijk was het wel gezellig buiten daarstraks toen de hele wereld nog sliep.
Zo dadelijk pak ik mijn e-bike en rijd ik naar de bakker voor verse pistoleetjes voor zoonlief en vriendin. Daarna trap ik nog even door naar de beenhouwer. Dan heb ik tenminste mijn half uur beweging vandaag al gehad.
Wat ik voor de rest ga doen? De zon lonkt, mijn ligbed staat klaar en mijn boek is nog niet uit. Een combinatie van dat alles is: lekker in de zon liggen lezen!

Alles heeft zo zijn reden

Ik zou vanmorgen naar zee rijden, zomaar in mijn eentje. Boek mee, en lekker languit op een ligbed op het strand. Man ging de Dodentocht fietsen (+ met de fiets naar Bornem en terug, totaal 190 km). Ik stond op het punt om te vertrekken toen er plots iets me deed besluiten om niet te gaan. En gelukkig maar, want om kwart voor vier kreeg ik telefoon: kunt ge me komen ophalen in Ekeren, want ik ben al vier keer plat gereden en heb geen reservebanden meer. Ik dus als de weerlicht naar Ekeren om mijn onfortuinlijke fietser op te pikken. Moest ik nog aan zee gezeten hebben, dan had hij óf te voet naar huis moeten komen, óf minstens anderhalf uur wachten! Ik blij, hij blij.