Feest!

Het weekend was druk. De hele afgelopen week was druk.
Een week of zes geleden stuurde ik naar vijftig mensen, familie en vrienden, een ‘save the date’ kaart – ouderwets met de post, jawel! – om hen uit te nodigen op een tuinfeest ter gelegenheid van ons beider 65ste verjaardag.
Spannend, want we hebben niet alle weken zoveel mensen over de vloer of in de tuin. Het waren er uiteindelijk ook ‘maar’ vierenveertig.
HET spannendste vooraf was het weer. Af en toe kreeg ik van die paniekaanvallen ‘wat als het de hele dag pijpenstelen regent’? We hadden wel gezorgd voor een grote partytent, maar dan nog. Met je voeten in nat gras staan is niet tof.
En er moest nog zoveel gebeuren vorige week. Bestellingen voor hapjes, drank, servies, enz. doorgeven. De tuin moest gefatsoeneerd worden, het tuinhuis opnieuw gebeitst [als je man een week op voorhand beslist om het ‘even’ af te schuren], … Zaterdagavond stonden we nog te schilderen!
Maar het is allemaal gelukt en zondagochtend hebben een paar mannen de partytent opgesteld (hoog nodig, maar niet voor de regen gelukkig), ik heb de statafels ‘aangekleed’, nog wat versiering opgehangen (leuk voor de kinderen), servies en bestek klaargezet, de window cooler gevuld en daarna hebben we ontspannen gewacht op de gasten.
We hebben een reuze fijn feest gehad, met alleen maar goedgezinde mensen. Ook zij die mekaar niet kenden legden direct contact. Ik vind het altijd een beetje tricky om mensen ‘goed’ bij elkaar te krijgen, maar dat is wonderwel gelukt. We kregen veel te veel super leuke cadeaus, er was overvloedig eten en drinken, muziek uit ‘onze’ tijd en een aangename relaxte sfeer. Het was een TOP-feest!
Om een beetje te bekomen van alle drukte gaan we nu vijf heerlijke dagen uitrusten fietsen in Friesland. En misschien pakken we er ook nog een Waddeneiland bij. We hebben de tijd aan onszelf.
Wat is het zalig om op zo’n manier 65 te mogen zijn.

Weekend in eigen land

Bij een medeblogster had ik gelezen over een beeldententoonstelling in Lissewege. Haar foto’s spraken me zo aan, dat ik meteen de daad bij het woord gevoegd heb en een hotelletje in Lissewege heb geboekt. 
Zondagmorgen zijn we in alle vroegte vertrokken met de fietsen op de auto want ik had ook wat fietsroutes uitgestippeld voor de komende dagen. Het weer zag er niet zó denderend uit, maar ook niet al te slecht en de bedoeling was per dag te zien hoe lang we zouden wegblijven. Als dat geen vrijheid is!
Om half elf stonden we al in het lieflijke witte dorp en vanaf het terras van een plaatselijk cafeetje konden we al de eerste beelden bewonderen. Maar liefst 112 kunstenaars stellen hier ten toon en de kunstwerken staan echt overal: op straat, langs het vaartje, in het vaartje, in tuinen, in de kerk, … Er waren echt prachtige beelden bij. 
En niet te vergeten de ongelooflijk artistieke vogelhuisjes. Zó mooi!
Op de middag zijn we via de knooppunten richting Blankenberge gefietst waar we wat gegeten hebben en daarna via De Haan terug naar Lissewege om in te checken in het hotel. Aangename gastheer, fijne kamer met alles erop en eraan. We hebben onze keuze niet beklaagd. 
Het was trouwens de gastheer die er ons opmerkzaam op maakte dat er ook ín de kerk nog beelden stonden. Wij snel terug naar buiten want ondertussen was het al 18u. Om de toren te beklimmen waren we te laat maar de beelden hebben we nog wel uitgebreid kunnen bewonderen.

Na een heerlijke maaltijd (té lekker, té veel en té gul uitgeschonken aangepaste wijnen) hebben we meer dan een halve nacht wakker gelegen, maar zijn we toch de volgende morgen weer vol goede moed terug op de fiets gestapt voor nog een rondje knooppunten door de polder: Lissewege-Brugge-Damme-Lissewege met de nodige eet- en drinkstops onderweg. Het is zeer aangenaam fietsen op de landelijke wegen daar. Jammer dat het heel de dag bewolkt en wat frisjes was (trui uit, trui aan, … jas uit, jas aan…). Gelukkig is het op een paar spatjes na toch droog gebleven.

Op de terugweg kwamen we langs Abdij/Hostellerie Ter Doest alwaar we genoten hebben van een drankje op het terras en van nóg meer beelden, zoals een roedel teckels in het gras; het inventieve hergebruik van oude Singer naaimachines!

De beeldententoonstelling loopt nog tot 24 september en ik heb maar één advies: DOEN! Wij hebben er echt heel erg van genoten.
Al mijn foto’s staan op Flickr.

Zadelpijn

Sinds ik mijn nieuwe e-bike heb, fiets ik veel vaker en ook veel liever dan vroeger. Het enige vervelende / pijnlijke is de zadelpijn die al na een kilometer of twintig de kop opsteekt. Na een rit van veertig kilometer, zoals twee weken geleden met ons damesgroepje, kon ik wel huilen van de pijn.
Een meefietsende dame zei me dat ze vroeger ook zo’n last had van zadelpijn. Sinds ze een goed zadel heeft, rijdt ze pijnloos kilometers en kilometers aan een stuk. Vorige zomer is ze nog met haar man naar Praag gefietst … 900+ kilometer op 7 dagen tijd.
Zo’n zadel wou ik ook! 
Dus heb ik gisteren bij de gespecialiseerde fietshandel de afstand tussen mijn zitbeenderen laten opmeten en een ergonomisch zadel van SQlab gekocht. Vandaag mag ik er maximum 10 km mee fietsen, dan twee dagen niet. Dit zo’n keer of vijf herhalen en dan langzaam de frequentie en de afstand opdrijven. 
En dan zou ik – als het goed is, en daar reken ik wel op – pijnloos moeten kunnen fietsen.

Ciao …

Hier ben ik weer. De vakantie is voorbij. Het was een beetje een vakantie in mineur … het weer wou niet echt mee. De eerste week heel veel regen en zware onweders met overspoelde wegen tot gevolg, de tweede week heet en uiterst vochtig (tot 88%) en de laatste halve week haalden we nog met moeite 21 graden. Hele mooie wolkenpartijen gezien … bijna drie weken aan een stuk. Het had wat minder gemogen.
Maar laat ik beginnen bij het begin. Ik probeer het zo kort mogelijk te houden, maar dat zal een moeilijke opgave zijn want we hebben heel veel gezien.
We hadden een vroege vlucht op donderdag 8 september vanuit Charleroi, zo’n 135 km van huis, en besloten daarom om alvast een dag eerder naar Charleroi te rijden en een park-sleep-fly te boeken bij Van der Valk. Scheelde toch weer anderhalf uur slaap en is niet eens zoveel duurder dan parkeren op de luchthaven. Zo gezegd, zo gedaan. ’s Avonds nog genoten van een drankje op het heerlijke terras en ’s morgens netjes op tijd door de shuttle afgeleverd op Charleroi Airport. Waarom moeilijk als het ook gemakkelijk kan?! 
Bij aankomst in Bari een uur in de rij gestaan aan het loket van de autoverhuurder. Gelukkig waren we nog redelijk snel weggeraakt bij de bagageband want de rij die achter ons stond was op den duur niet meer te overzien. Slechte service van Sicily by Car! Dan door de gietende regen naar de parking, onze VW Polo opgepikt en de 75 km naar onze eerste masseria in Montalbano gereden. Onderweg was het gelukkig gestopt met regenen zodat we na het inchecken direct op weg konden om een restaurant te zoeken dat nog open was voor de lunch. In dit deel van Italië worden de openingsuren van restaurants nog strikt gerespecteerd. Na 14u moet je je toevlucht nemen tot een snack uit de snackbar, en daarvoor waren we niet naar Italië gekomen. 
 
Tijdens ons verblijf in Montalbano hebben we het volledige centrale deel van Pugia bezocht. We zaten midden in de mooie Valle d’Itria. Vanaf het terras van onze kamer hadden we een prachtig zicht op de onmetelijke olijfboomgaarden en de zee op de achtergrond. Deze vallei is bekend om zijn eeuwenoude olijfbomen met stammen die in de vreemdste vormen zijn gedraaid. De oudste bomen geven de meest kwalitatieve olijven.

Ook onze masseria had zijn eigen olijfbomen en olijfolieproductie, en tijdens de proeverij leerden we dat er bijna net zoveel olijvenvariëteiten zijn dan druivenrassen. Én dat de zuurtegraad de belangrijkste parameter is om een goede olijfolie te herkennen: hoe lager de zuurtegraad, hoe beter. Het was in ieder geval een interessante en lekkere namiddag.

Van hieruit hebben we zowat alle stadjes in Centraal Puglia bezocht. 

Monopoli, bijvoorbeeld, is een mooi havenstadje aan de Adriatische Zee. Vanaf de oude toegangspoort tot het centro storico heb je een mooi zicht op de oude haven. En, zoals elk zichzelf respecterend dorp/stad, heeft Monopoli – naast talloze ‘gewonere’ kerken – uiteraard een fraai gedecoreerde kathedraal. 
In Monopoli hebben we trouwens onze veertigste huwelijksverjaardag gevierd op 11 september. Daarvoor had ik op voorhand geboekt bij Angelo Sabatelli (1*). Op het menu, na de amuses, het volgende:
Cannoncino di gamberi, battuto di melone, pomodoro, basilico
Cavatelli con frutti di mare e cicoria su crema di fave
Spaghetto al polpo, crema di fagioli al miso
Spigola “al forno”, pomodoro arrosto
Ananas, cioccolato bianco, cassis
Alles was lekker bereid en kraakvers, en Angelo blijft trouw aan de cucina povera van Puglia, dwz eenvoudige producten van de streek en van het seizoen: pasta, (inkt)vis, zeevruchten, bonen, tomaten, … Het was een heerlijke lunch, met als afsluiter een verrassend extra dessert.

Polignano a Mare was ook zo’n gezellig stadje aan zee, gebouwd op een rots. A propos, Domenico Modugno, de zanger van Volare …, is hier geboren, en daar zijn ze trots op in Polignano.  Het eerste wat je ziet als je het stadje binnenrijdt is een groot standbeeld van de zanger. Nel blu dipinto di blu, felice di stare lassù, …
Ook Taranto, een stadje aan de Ionische Zee, heeft voor ons geen geheimen meer. Hier hebben we wat geshopt in het nieuwe gedeelte van de stad. Mooie winkels langs brede lanen. Een enorm contrast met het historisch centrum dat wat deed denken aan de ‘mindere’ wijken in Napoli … echt vies en verwaarloosd. Ook dit is Italië: mooi van lelijkheid.


Het witte stadje Ostuni, Martina Franca enz. enz. … we hebben ze allemaal gezien.


Uiteraard mochten ook Alberobello en Locorotondo niet ontbreken op ons lijstje van ‘must sees’. De stadjes van de trulli, dé toeristische trekpleisters van Puglia. Ze waren ook echt heel bijzonder. Ik heb er wel honderd foto’s genomen. In het niet-toeristische deel van Alberobello zijn nog veel trulli gewoon bewoond, door mensen die trots zijn op hun cultureel erfgoed. Alberobello staat trouwens sinds 1996 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Verdiend! 

Tussen haakjes, in de namiddag is het zo hard beginnen regenen dat er verschillende wegen helemaal verzakt en weggespoeld waren. Bovendien was de elektriciteit in onze masseria uitgevallen en hebben we tot de volgende morgen in het donker gezeten. Gelukkig hebben onze e-readers een leeslampje. 



Na het centrale deel van Puglia was het de bedoeling om wat zogenaamd mooie stranden in de Salento, het zuidelijkste deel van de hak, te bezoeken. Het weer was echter niet van dien aard dat we veel aan het strand of het zwembad van onze tweede masseria hebben gezeten. En helaas was er in dit deel van Puglia ook niet zo heel veel te zien buiten de barokke stad Lecce en nog wat kleinere stadjes, maar daar kom ik later op terug. Ik heb mijn best gedaan om toch wat mooi weer foto’s bij elkaar te sprokkelen.

Lecce dus, een prachtige stad vol monumenten in barok. Lecce wordt ook wel het Firenze van Puglia genoemd. Lichtelijk overdreven, maar het was wel indrukwekkend.
Santa Maria di Leuca is niet echt een bijzondere stad, het is wel de meest zuidelijke stad van de hak, daar waar Adriatische en Ionische Zee samenkomen. Hier kan de wind hevig te keer gaan, maar het was heet, vochtig en windstil. Mooie oude villa’s in S.M. di Leuca!
Otranto, een vissersstadje aan de Adriatische Zee. Hier herinner ik mij nog de vissers die met de overschotten van de mosselen aas maakten. Stukje per stukje mossel werd nauwgezet aan een touwtje geregen. Andere vissers waren hun netten aan het herstellen, zoals je zo vaak ziet in vissersdorpen.  Sfeervol vind ik dat. En we hebben er ook zeer lekker gegeten, met zicht op zee!

Op naar Matera, een zijsprong dus want Matera ligt in Basilicata en het was best een eind rijden vanaf Specchia. Het landschap is ook niet bijster interessant, … olijven, olijven en nog meer olijven en de laatste 50 km wijnstokken, wijnstokken en nog meer wijnstokken. Heerlijke wijnen hebben ze trouwens in Puglia, van druivenrassen die je hier niet zo gemakkelijk kan krijgen. Daarom hebben we er ginder maar extra van geprofiteerd. 🙂

Matera was eigenlijk het interessantste deel van onze reis. Hier hebben we twee dagen de voeten van onder ons lijf gelopen, trap op en trap af, verdwalend in het labyrinth van de sassi. In het kleine museum in Sassi Barisano konden we een video bekijken over het ontstaan, het hoe en waarom van de sassi. Reeds in de prehistorie werden de grotten en holen in Matera door de mens gebruikt als schuilplaats. Steeds weer groef men nieuwe holen of maakte men bestaande holen dieper, nieuwe gangen en vertrekken werden toegevoegd. Zo ontstonden er opslagruimtes, stallen, woningen en kerken. Op sommige plaatsen kan je zien dat er tien of zelfs meer woningen boven elkaar gegraven zijn.

Tot in de jaren 50 was Matera een bron van schaamte voor Italië. Een plaats van armoede, malaria en veel kindersterfte ; de stad waar mensen samen met hun veestapel in grotten leefden, balancerend op de rand van het ravijn, zonder elektriciteit, stromend water of riolering. Daglicht was er nauwelijks want er was slechts een deur, of een luik in het plafond waardoor wat licht kon binnenvallen.
Omwille van de zeer ongezonde levensomstandigheden werd toen besloten de sassi te ontruimen en de bewoners te huisvesten in nieuwe huisjes en appartementen net buiten de stad. Begin jaren ’60 waren de sassi geheel verlaten en dat bleven ze tot eind jaren ’80.

In 1993 werden de sassi op de werelderfgoedlijst van UNESCO geplaatst en sindsdien is het leven er weer teruggekeerd. Net *iets* exclusiever dan destijds, met kunstgaleries, winebars, restaurantjes, en luxe hotelletjes. Ook als filmlocatie was Matera zeer gegeerd. En in 2019 is Matera Culturele Hoofdstad van Europa. Matera was echt heel bijzonder.

Vieste, gelegen in het Parco Nazionale del Gargano, was onze laatste stop. Een totaal ander landschap, meer bergachtig in het binnenland, andere vegetatie (naast druiven en olijven ook citrusvruchten), mooie lange stranden, een andere sfeer ook. Kwam misschien wel omdat het daar wat zonniger was. Vieste had een prachtig centro storico, misschien wel het mooiste dat we gezien hebben. En heel veel uitstekende restaurants waar we verse funghi porcini gegeten hebben, recht uit het bos geplukt. Misschien niet zo heel bijzonder, maar een welkome afwisseling na alle frutti di mare en fritti misti.

Omdat we een late terugvlucht hadden, konden we nog een paar uren rustig genieten van Trani, een aangenaam stadje aan de Ionische Zee. Ook toen was het mooie weer van de partij.

Eindoordeel: ik kan heel moeilijk een oordeel geven over Puglia. We hebben veel moois gezien, maar het weer was heel dikwijls een spelbreker. Ik had ook niet gedacht dat het zo’n toeristische bestemming zou zijn . Hele busladingen, opvarenden van cruiseschepen vooral, in Alberobello en Matera. Dat had ik niet verwacht.Gelukkig waren de andere stadjes een stuk rustiger.

Nog meer foto’s? Kijk op onze flickr fotopagina.

En nog wat voor mijn archieven.  

Route:
Charleroi – Bari (Ryanair)
5 nachten Montalbano de Fasano
6 nachten Specchia
2 nachten Matera
3 nachten Vieste
Wagen (VW Polo) gehuurd bij Sicily By Car via AutoEurope. Slechte service, redelijke prijs.
Aantal gereden kilometers: 2.090 km … zeer veel voor zo’n klein gebied, maar dat kwam door het slechte weer.

Het weer: daar kan ik kort over zijn: onaangenaam (nat/heet&vochtig). En aangezien bij ons een vakantie staat en valt met het weer, hebben wij brute pech gehad.

Logies:

Montalbano di Fasano, Masseria Spetterrata
Ligging: afgelegen, te midden van 40 hectare aan eeuwenoude olijfboomgaarden – zeer rustig!
Kamer: zeer ruim, met een kingsize 4-posterbed, airco, WiFi, met groot terras met ligstoelen en uitzicht op de Valle d’Itria
Badkamer: ruim met grote inloopdouche
Faciliteiten:  
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, …), fruit, granen, en lekker verse cappuccino
-Restaurant waar we twee keer lekker en overvloedig gegeten hebben. De ligging van het restaurant was +/- 300 meter verder naar beneden langs een nogal rotsachtig steil en onverlicht pad. Doenbaar voor het ontbijt bij droog weer (dus niet toen wij er waren), maar niet voor het diner want om 19u is het pikdonker. Jammer dat je dan speciaal je auto moet nemen (700 meter met de auto).
-Infinity zwembad met ligstoelen, een niveau lager gelegen met prachtig uitzicht over de vallei
-Grote privé parking.
Algemene indruk: goede masseria met 10 kamers, geen gemeenschappelijke ruimte/bar. Iedere kamer had zijn privé terras, een minibar en koffie/theefaciliteiten. Persoonlijke service. Zwakke WiFi. 
Prijs: OK. 

Specchia, I Mulicchi
Ligging: in een groot domein met oude olijfgaarden in het hart van de Salento, op 15 min. rijden van zowel de Ionische Zee als de Adriatische Zee – zeer rustig!
Kamer: de kamers waren verdeeld over het terrein in kleine gebouwtjes van telkens twee kamers, het deed een beetje bunkerachtig aan met de ijzeren deur en de kleine raampjes. Kamer was wat spartaans ingericht maar was zeer ruim, met een kingsize bed, airco, WiFi, groot privé terras/tuintje met ligstoelen en een hangmat, een tafeltje en twee stoelen. Door het slechte weer was onze kamer zeer vochtig, zowel onze kleren als het beddengoed, de handdoeken. Na dag drie hadden we eindelijk door dat we de airco op de ontvochtigingsstand konden zetten waardoor dit probleem min of meer opgelost was.
Badkamer: zeer ruim, met grote douche
Faciliteiten:
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, …), fruit, en lekker verse cappuccino. Ontbijt werd slechts mondjesmaat bijgevuld.
-Zwembad in de tuin met ligstoelen
-Grote privé parking.
Algemene indruk: iets minder dan de vorige masseria, 13 kamers, geen gemeenschappelijke ruimte/bar. Iedere kamer had zijn privé tuintje, een minibar en koffie/theefaciliteiten. Sterk WiFi signaal.
Prijs: te duur. 

Ligging: een 16de eeuws pand gelegen in de Sassi Caveoso di Matera (UNESCO werelderfgoed). Het ‘hotel’ bestaat uit verschillende rotswoningen die allemaal zijn omgevormd tot luxekamers.
Kamer: ruime kamer uitgehouwen in de rots, zeer smaakvol ingericht – de eigenaresse was een vrouw en dat merk je aan allerlei kleine details – met een kingsize bed, airco, WiFi. Alle kamers zijn verschillend van grootte/ligging, maar de onze had ook een klein terras met een tafeltje en 2 stoelen.
Badkamer: ruim, met inloopdouche
Faciliteiten:
-Italiaans ontbijtbuffet, dwz vleeswaren/kazen en veel zoet (taarten, cakes, …), fruit, en lekker verse cappuccino.

Algemene indruk: luxe verblijf in het hart van de Sassi, zeer bijzonder! In totaal 6 rotskamers, naast en boven elkaar gelegen, allemaal met eigen ingang. Iedere kamer had een minibar, koffie/theefaciliteiten. Sterk WiFi signaal. Geen parking, maar parkeren kan in een bewaakte parkeergarage op 7 min. lopen (sleutel moet je afgeven) en je kan ervoor kiezen om je bagage naar/van het hotel te laten brengen want het zijn nogal wat trappen …
Prijs: duur, maar zijn geld meer dan waard.

Ligging: aan het strand in San Lorenzo, 2 minuten rijden van Vieste.
Kamer: ruime, beetje ouderwets aandoende kamer met kingsize bed, airco, WiFi, en giga terras met dubbel ligbed en grote hangmat. Zicht op zee.
Badkamer: grote badkamer met kleine douchecabine (dat snapte ik niet goed want er was zoveel plaats om een ruimere douche te plaatsen).
Faciliteiten:
-Uitgebreid ontbijtbuffet, dwz het standaard Italiaanse zoals hierboven maar dan uitgebreid met eitjes, appelsienen om zelf te persen, een volledige prosciutto crudo waar je zelf mocht van snijden, enz. en ook hier weer zeer lekkere verse cappuccino.

-Zwembad in de tuin met veel ligbedden.
-Tennisterrein.

-Eigen privé parking.
Algemene indruk: het roze gekleurde castellino maakte een wat frivole/kinky eerste indruk. Het was ook een rare constructie met in totaal 14 kamers. Alles was zeer netjes en goed verzorgd, en de receptie was 24/7 bemand. Ook hier weer minibar, koffie/theefaciliteiten op de kamer en prima WiFi, maar ook een gezellig groot terras met zicht op zee. Een extra pro: in de kamerprijs zijn twee ligbedden en een parasol bij Lido Marilupe inbegrepen. Het lido bevindt zich schuin tegenover het hotel.
Prijs: zeer goed.

De Moezel

Mijn BFF (Best Friend Forever) vroeg een tijd geleden of we niet eens met ons drieën (zij, manlief en ik) voor een lang weekend naar de Moezel konden om een paar dagen te gaan fietsen. Slik. Ik en fietsen … eigenlijk liever niet maar manlief was natuurlijk direct enthousiast en ik wil mijn vriendin best wel een plezier doen. Fietsen aan de Moezel dus.

Donderdagmiddag kwamen we aan in Cochem, waar het heel druk was in het stadje. Gelukkig lag ons hotel op 2 km van het centrum, waar het – ondanks de drukke weg – toch redelijk rustig was. Maar daarover straks meer.

Het weer was niet echt om heel blij van te worden (het miezerde wat) en voor de volgende dagen zag het er al niet veel beter uit. Niets aan te doen. Als het écht geen fietsweer was, dan zouden we gewoon de huurfietsen annuleren en wat stadjes doen
Vrijdagmorgen was het droog, weliswaar grijs, en stonden we al om 10u aan het verhuurbedrijf om fietsen te ‘passen’. Ik elektrisch, de twee anderen een gewone fiets.

Onze eerste rit zou in noordelijke richting gaan, tot in Löf en terug, 61 km in totaal. Ik moet zeggen, het viel me mee. Het is mooi rijden op de Mosel Radweg, alles vlak en het ging gewoon goed. Onderweg zijn we uiteraard een aantal keren gestopt om te drinken, te eten en te snoepen en om gewoon te genieten van het landschap. Aan pittoreske dorpjes geen gebrek. Het was ook heel aangenaam fietsweer: goed van temperatuur, met af en aan wolken en zon. Tegen zes uur leverden we onze fietsen weer in want mijn batterij moest gedurende de nacht opgeladen worden.
Zaterdag was het heel wat minder weer (grijs en af en toe een zonnetje) maar de rit – naar Bullay in zuidelijke richting – was prachtig. Dit stuk van de Moezel is een opeenvolging van meanders wat een fietstocht – voor mij althans – een stuk minder saai maakt. Ook vandaag natuurlijk weer lekker gegeten, gedronken en gesnoept onderweg. Dat hoort er gewoon bij. En ook heel dikwijls naar de lucht en de wolken gekeken want die wilden we toch wel graag vóór blijven. En dat is wonderwel gelukt. Op het moment dat wij – na een tocht van 53 km – onze fietsen inleverden bij het verhuurbedrijf vielen er dikke druppels naar beneden. Hoeveel geluk kan een mens hebben!

Zondag hebben we nog even gewandeld (in de zon) en zijn we na de middag terug naar huis gereden. Buiten het fietsen hebben we ook genoten van de heerlijke wijntjes, met o.a. een Kleine Weinprobe in het hotel bestaande uit vijf glaasjes wijn van 50cc: 3 Rieslings, een Rotling en een Dornfelder. Na het degusteren hebben we maar gelijk onze bestelling doorgegeven. Het is toch af en toe wel handig om met de auto op vakantie te gaan. 😉 

We verbleven in het Moselromantik Hotel Panorama op basis van half pension. Vriendin is niet zo’n gourmand en vond het wat bezwaarlijk om ’s avonds telkens nog een restaurant te moeten zoeken. Wij hebben ons deze keer aangepast, maar dat gaan we volgende keer toch anders doen. Het eten was niet slecht, maar het was ook zeker geen hoogvlieger … nu weet ik ook wel dat wij zeer verwende eters zijn. Het hotel zelf … nog nooit hebben we zo’n ongezellige kamer gehad in een hotel. Ik heb er zelfs geen foto van genomen en dat zegt genoeg. Het was een grote kamer, té groot om gezellig te zijn en qua decoratie een totale mislukking. Zo smakeloos heb ik het echt nog nooit gezien! De kamer kon ook niet goed verduisterd worden en dat vind ik, als slechte slaper, zeker een vereiste. Ze lag dan bovendien ook nog eens aan de straatkant zodat met open raam slapen niet mogelijk was. Gelukkig was alles wel heel proper. 
Het enige positieve wat ik over het hotel kan vertellen was de vriendelijkheid en de gedienstigheid van het personeel, en het zwembad en de sauna waren ook een plus. Maar we gaan hier niet nog eens een keer naartoe, dat is iets wat zeker is.


Omdat het fietsen me toch uiteindelijk wel meegevallen is, hebben we al afgesproken om volgend jaar aan de Zeeuwse kust te gaan fietsen. Ik zoek alvast een degelijk hotelletje en ik boek geen half pension.

Mijn Keuken*, Wouw

11 september zijn wij 36 jaar getrouwd. Daar moet natuurlijk op gegeten en gedronken worden, maar aangezien we beiden dinsdag een hele dag moeten werken besloten we om het vandaag te vieren met een mooie lunch bij Mijn Keuken in Wouw.

Toen ik belde om de reservatie door te geven werd mij gemeld dat op 9 september nog steeds het restaurantweekmenu zou gelden, zij plakken er een extra week achteraan. Geen probleem voor ons uiteraard.

Stipt één uur stapten wij het restaurant binnen. Op het terras was niet gedekt want er was kermis op het plein voor het restaurant wat het nodige lawaai met zich meebracht. Waarvan binnen overigens totaal niets te horen was. Het was niet zo druk in het restaurant. Alleen het linker gedeelte – met zicht op de keuken – was bezet. De sfeer is er zeer gemoedelijk, de bediening – 3 jonge mensen – vriendelijk en ongedwongen. Ze maakten zelfs tijd om een praatje te maken.

We begonnen met een glas bubbels (blanc de blancs, 100% chardonnay) en de klassieke knabbels werden op tafel gezet. Terwijl wij het menu bekeken kregen we ook alvast een amuse: tartaar van runderhaas omringd door schuim van aardappel ; bovenop de tartaar een gerookte dooier van een kwarteleitje. Hoe zo’n dooier gerookt wordt is mij een raadsel, maar het was in ieder geval een lekker begin. We besloten het menu uit te breiden met het extra tussengerecht en een selectie te maken uit de passende wijnen. Warme broodjes, wit en bruin, kwamen op tafel, goudgele boerenboter, olijfolie, zoutschilfers en peper. Broodjes werden tijdens de lunch netjes aangevuld. De eerste gang bestond uit rauw gemarineerde tonijnfilet, Noordzee krab, frisse salade van venkel, sorbet van yuzu en een ijsgekoeld soepje van meloen geparfumeerd met vanille. Het licht zure van de yuzu combineerde mooi met het licht zoete van het meloensoepje en vormde samen met de boterzachte tonijnfilet en de groentjes een heel mooi samenhangend gerecht. Hierbij dronken we een Boschendal blanc de noir, een frisse zalmkleurige rosé, die we ook doordronken bij het (extra) tussengerecht: zacht gegaarde dikke Noordzee scholfilet met riso venere nero, diverse schelpdiertjes en een saus van kokkels. Zwarte rijst uit Zuid-Italië, zo werd ons verteld, op smaak gebracht met kleine schelpdiertjes, stukjes mossel en stukjes scheermes. Daarop de perfect gegaarde scholfilet, aan tafel overgoten met de jus van kokkels. Dit was voor mij persoonlijk het lekkerste gerecht van de hele maaltijd.
Als hoofdgerecht kregen we gebraden Hollandse boerderij eend met diverse bosbietjes, zalf van knolselderij en een jus verrijkt met jeneverbessen. De eend was mooi rosé gebraden, de jus was ook erg lekker maar ik ben geen liefhebber van aardse smaken. De groentjes vond ik dus helaas niet zo geslaagd. Behalve dan de zalf van knolselderij die heerlijk zacht was. Bij dit gerecht dronken we een Kaiken cabernet-sauvignon/malbec, een krachtige rode wijn die het zeer goed deed bij de eend.
We kozen voor het zoete dessert: pistache cake met een crème van honing en citroen, gepocheerde perzik, schuim van marsepein met sorbet van perzik. De sorbet van perzik, de pistache cake en het schuim van marsepein vond ik erg lekker, de gepocheerde perzit miste wat smaak. Een zoet dessert mag voor mij echt wel zoet zijn, en dat was deze gepocheerde perzik niet.
Afsluiten deden we met koffieservies waarbij we nog elk drie friandises kregen en een glaasje smort (als ik het goed gehoord heb) (gemaakt van melkwei) met een quenelletje kersensorbet.

Om half vijf waren we pas klaar met eten en na het voldoen van de rekening liepen we tevreden en helemaal voldaan het aangenaam koele restaurant uit.

Restaurant Lotièr


Op deze zonnige donderdagmiddag togen wij naar Malle, naar Restaurant Lotièr, waar wij gereserveerd hadden voor de lunch met een Groupon voucher voor een viergangenmenu.

Het huiskamerrestaurant is gevestigd in een mooie villa met rieten dak en een grote tuin, aan de rand van Westmalle.
Bij binnenkomst werd ons gevraagd of wij het het aperitief in de lounge wilden nemen. We hadden eigenlijk geen keuze, want de ober ging ons al voor naar de veranda (serre), alias lounge. Een drietal lage tafeltjes met wat lage stoeltjes errond, en een mooi zicht op de tuin. En toch hou ik niet van veranda’s. Het lijkt mij een typisch Belgisch verschijnsel: te klein gebouwd, daar moet dus een kamer achter maar ze mag niet te veel licht wegnemen. Een veranda dus, glas aan alle zijden en ook een glazen dak. Het was hier niet anders. Ik vond het geen gezellige plek om te zitten. We dronken trouwens een Chardonnay (de fles werd ons niet getoond) en niet het glas cava dat ons bijna opgedrongen werd. Er werd een schaaltje met appelkappers en eentje met olijven op tafel gezet en even later ook nog twee amuses: een glaasje met een rolletje gerookte zalm met luzerne en een schaaltje met een stukje wildpâté met vijgenconfituur. Lekker, niet spectaculair.

Na twintig minuutjes werden we aan tafel genood. Het eetgedeelte van dit restaurant is gelukkig wel gezellig, stijlvol en warm. Er valt veel natuurlijk licht naar binnen dankzij de grote ramen aan drie zijden van de kamer. Er ligt een mooie parket in visgraatpatroon en de tafels (20 couverts) zijn ruim bemeten en netjes gedekt in beige en écru linnen. Eromheen comfortabele armstoelen, eveneens in het beige. Het obligate bordje bruin brood en een schaaltje boter werd aan tafel gebracht.

De chef had ons een kwartier voordien hoogstpersoonlijk het menuutje voorgesteld. Het waren allemaal gerechten buiten de kaart om en dat maakt deze recensie een hele lastige, want nu hebben we natuurlijk helemaal geen beeld van hoe de gerechten die normaal geserveerd worden eruit zien en smaken. Ik heb er dan ook een dubbel gevoel bij.
Voorgerecht: risotto / grijze garnalen / roodbaars. Een lekker voorgerechtje met de genoemde ingrediënten overgoten met een lepeltje wel heel lekkere witte wijnsaus. De risotto had rustig wat meer dan dat ene koffielepeltje mogen zijn en volgens mij was hij niet met risottorijst bereid, ofwel had hij wat weinig cuisson gehad. Maar goed, het was lekker. Gewoon lekker.

Als tussengerecht kregen we een bordje wildconsommé. In de consommé dreven voldoende stukjes wild, cantharellen en het was opgeleukt met gefrituurde schorseneren. Het soepje had helaas nauwelijks smaak.

Ondertussen hadden we nog rode wijn besteld. Op aanraden van de ober/sommelier werd het een Côtes du Rhône, Les Garrigues Grande Réserve, 100% Marselan druif. Een vrij droge doch aangename wijn.
Als hoofdgerecht was er kalfszwezerik met nog iets voorzien, maar aangezien ik dat niet lust werd het fazantenborst / witloof / knolselderpuree. Mooie sneetjes fazantenborst werden geserveerd op een bedje van witloof, ernaast op het bord wat dikke vegen knolselderpuree. Er werd apart een kannetje vleessaus op tafel gezet. Dit was een lekker gerechtje zonder meer.

Als dessert wentelteefjes / jonagold. In een diep bord laagjes ‘wentelteefjes’ van peperkoek met daartussen laagjes jonagold appel, een bolletje vanilleijs en wat streepjes caramel. Een lekkere afsluiter.

Na de maaltijd wilden we nog wel koffie. Daarbij kwamen huisgemaakte friandises. Ik heb er niet van gegeten want ik was voldaan. Echtgenoot heeft alles opgesnoept want de gerechtjes waren voor hem aan de kleine kant.

De hele klus was op anderhalf uur geklaard. De gerechten – tenslotte toch aperitief, plus vier gangen, plus koffie – verschenen in veel te hoog tempo. En we zaten daar weer alleen, wat ik absoluut vreselijk ongezellig vind. Het was duidelijk dat de crew (chef en ober) graag snel naar huis wou. Komt uiteraard zeer ongastvrij over.

Ik vind het doodjammer dat we niet de normale gerechten gegeten hebben. We hebben hier niet slecht gegeten, zeker gezien de prijs die we betaald hebben, maar ik hoop wel voor mensen die de normale prijs betalen dat de gerechten van de kaart toch wat hoger van niveau zijn. En vooral dat de ober wat minder pusherig is en er in een normaler tempo geserveerd wordt. Voor ons was dit in ieder geval geen hoogvlieger en we zijn dan ook niet geneigd naar dit restaurant terug te keren.