Salve! (*)

Zoals we de laatste jaren steeds doen, ook deze keer weer een fly & drive en een rondreis, doorheen Sardinië deze keer. Het eiland was ons totaal onbekend en eigenlijk was ik na het lezen van reisgidsen, forums en dergelijke niet veel wijzer geworden want ‘zoveel mensen, zoveel smaken’.

Deze vakantie was er eentje met nogal wat hindernissen. Te beginnen met

  • de treinstaking. We gaan, als het uitkomt met de vluchturen, met de trein naar de luchthaven – het is een rechtstreekse verbinding, heel gemakkelijk ;
  • de bestelde taxi was te laat ; 
  • file, file, file onderweg naar Zaventem zodat we bijna onze vlucht gemist hadden ;
  • vertraging van onze vluchten, een geluk bij een ongeluk ; 
  • creditcard van manlief werkte niet, deze was geblokkeerd vanwege ‘frauduleuze transacties’, maar gelukkig hebben we meerdere kaarten ;
  • CF-kaartje van fototoestel vol en in geen velden of wegen een fotowinkel te bekennen. Jawel, ik had een USB-stick mee maar zonder laptop (die ik voor één keer had thuisgelaten) ben je daar niks mee. Hoe stom kan je zijn! Gelukkig na lang zoeken toch een CF-kaartje gevonden.
  • de grootste ‘hindernis’ voor mij persoonlijk was toch wel het klimaat. Heet en vooral heel vochtig en als er nu iets is waar ik niet tegen kan … En geen zuchtje wind wat het nog ondraaglijker maakt.
Cagliari, onze eerste stop, was goed te doen. Het was toen ook nog niet echt warm, zo’n graad of 25. Heerlijk weer dus om, na onze bagage te hebben gedropt in Hotel Nautilus aan de Lungomare Poetto (die helemaal opengebroken lag vanwege herinrichting), de stad te gaan verkennen. Hoewel de hoofdstad van Sardinië, is het oude stadscentrum niet echt groot. Buiten de wijk Castello met zijn smalle straatjes is er weinig cultureel erfgoed in Cagliari, al waren de oude palazzi aan de haven wel erg mooi. Maar we waren er eigenlijk heel snel uitgekeken omdat er ook niet veel ambiance was. Geen gezellige pleintjes, weinig volk, niet het ‘kloppende hart’ zoals het in de reisgids werd voorgesteld.

De volgende dagen hebben we uitstappen gedaan naar Villasimius, het ‘dynamische vakantieoord met paradijselijke stranden’ en naar Costa Rei. Een mooie rit langs de kustweg die hoog boven de zee ligt en van waar je prachtige vergezichten hebt. Spijtig genoeg kan je bijna nergens langs de weg eens stoppen voor een foto. En dynamisch waren deze plaatsen ook totaal niet. Het toeristisch seizoen lijkt hier nog heel ver weg begin juni.

Verder ook nog naar Chia in het uiterste zuiden gereden. Ook daar viel niet veel te beleven, ook de weg er naartoe was niet echt spectaculair. We hebben er dan maar een halve dag op het strand doorgebracht. Wij houden wel van wat ambiance en gezelligheid … terrasjes, mensen kijken, toffe pleintjes, … en dat hebben we heel deze vakantie heel erg gemist.

Op dag vijf zetten we onze rondreis verder en gaan we voor vier nachten naar Hotel Nettuno in Cala Gonone. De weg er naartoe doorheen het Parco Naturale dei Sette Fratelli is schitterend: hoge rotsen afgewisseld met veel groen … ik heb nooit geweten dat Sardinië zó groen was! Het wegennet op Sardinië bestaat voornamelijk uit smalle (berg)wegen waar de maximum snelheid 50 km/uur is (op sommige stukken haal je niet eens 20 km/u). We hadden dus al snel door dat je je tijd moet nemen voor je verplaatsingen. Daarom hebben we er telkens een volledige dag voor uitgetrokken om van de ene locatie naar de volgende te rijden. Zo konden we onderweg nog wat aan sightseeing doen. De Rocce Rosse (rode rotsen) in Arbatax en Pedro Lungo (rots) in Baunei tijdens deze rit, en dan verder over de Passo Manno met stijgingen tot wel 20% naar Cala Gonone. Ons Fiatje 500 had het soms zwaar te verduren. Ontegensprekelijk een schitterende rit, en zo zouden er nog vele volgen.

Cala Gonone ligt helemaal afgelegen aan de oostkust. Je komt er langs een smalle bochtige weg, ofwel met de boot. Het is een gezellig stadje, dorp eigenlijk want het is maar klein. De Lungomare is afgeboord met oleanders en parasoldennen en er zijn voldoende restaurantjes. Heel gezellig! De troeven van Cala Gonone zijn de Grotte del Bue Marino en de verschillende strandjes zoals Cala di Luna, Cala Mariolu, enz. Aan het haventje kan je een bootje huren, of een excursie met een grotere boot boeken. Dat laatste hebben wij gedaan en de boottocht was prachtig.

De kustlijn gezien vanaf de zee is veel spectaculairder dan vanaf het land. Eerst hebben we de grotten bezocht, daarna naar Cala di Luna. Manlief heeft een paar uren genoten op het strand, maar voor mij was het veel te heet (33°, gevoelstemperatuur 37°) en vooral de hoge luchtvochtigheid speelde me parten. Niet voor niets is het eiland zo groen natuurlijk! Gelukkig was er wat verderop in het bos een cafeetje waar ik me in de schaduw kon zetten. Samen met een tiental wandelaars die van Cala Gonone naar Cala di Luna gestapt waren …  9 km bergop, bergaf, in de brandende hitte … ik doe het ze niet na!

De volgende dag weer een mooie rit: door de Sopramonte naar Orgosolo, bekend van de murales (muurschilderingen), die eigenlijk een stil protest zijn tegen alle vormen van onrecht in de wereld. Indrukwekkend! Zoals deze van een zwarte vrouw met haar kind achter prikkeldraad, met een tekst van Desmond Tutu (vertaald): “Toen de eerste missionarissen naar Afrika kwamen, hadden wij het land en zij de bijbel. Toen sloten we onze ogen en baden. Toen we ze weer openden, hadden wij de bijbel in de hand en zij het land.” Om stil van te worden.

We waren eigenlijk snel uitgekeken in Cala Gonone, vier nachten daar was gewoon te lang want er viel in de buurt niet heel veel te zien. Dat wist ik, maar ik had erop gerekend ook wat tijd aan het strand te kunnen doorbrengen. Helaas waren de stranden daar niet wat we ervan verwacht hadden. Keienstrandjes en geen faciliteiten (strandstoelen, parasols, toilet, douche). Niet getreurd, de auto instappen en een eind rijden want de landschappen waren adembenemend mooi daar in het oosten van Sardinië. Dramatische rotspartijen aan de ene kant, de zee, in alle mogelijke tinten blauw, aan de andere kant. Achter elke haarspeldbocht een ander, nog mooier uitzicht.

En onderweg kom je allicht nog iets tegen om te bezoeken, zoals bijvoorbeeld de archeologische site Nuraghe Mannu waar we een zeer interessante uitleg kregen van de enthousiaste gids. Nuraghi zijn hét culturele erfgoed van Sardinië.

Onze derde bestemming voor de volgende vier nachten was de Agriturismo Tenuta Pilastru op het platteland in Arzachena, een enorm domein met een eigen wijngaard. Een fantastische plek om tot rust te komen, met een mooi zwembad in een grote tuin waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt.

Het noorden van Sardinië staat bekend om zijn fascinerende kustlijn: de Costa Smeralda met haar prachtige stranden en baaien met helder water van het mooiste blauw, uitlopend in immense granietrotsen zoals bij Capo Testa. Mondaine stadjes als Porto Cervo met – eindelijk – wat gezellige terrasjes. De duren prijzen nemen we heel graag voor lief. We hebben heel de kust gereden, van Baia Sardinia tot in Porto Rotondo. In de auto was het fris en beter dan buiten want, oh, wat heb ik afgezien van de hitte!

We hebben ook vanuit Palau een mini cruise gedaan doorheen de Maddalena Archipel. Ik heb lang getwijfeld, want tijdens zo’n dagexcursie ga je drie keer van boord om te zwemmen en te zonnen op het strand in een baaitje. Toch maar doorgezet en het was werkelijk heel mooi en relaxerend om langs de talrijke kleine eilandjes te varen. De strandjes waren niet mijn ding (geen faciliteiten want beschermd natuurgebied).


Onze laatste vier nachten brachten we door in Country Hotel Vessus in Alghero. De route die ik had uitgestippeld liep langs kleine wegen, met veel bochtwerk en weer een heel ander landschap: glooiende heuvels, landbouw, wijngaarden en langs de weg duizenden klaprozen en veldbloemen. Een schitterende immense lappendeken. 
Na het inchecken maar direct een eerste bezoek aan Alghero gebracht, klein maar fijn en toch wat meer leven dan in de andere plaatsen. De Rally di Sardegna die zal daar niet vreemd aan geweest zijn. En eindelijk eens een fatsoenlijk strand, met ligbedden én douches én toiletten, waar we een dag hebben doorgebracht. Onder de parasol weliswaar, want ook hier was het brandend heet, maar er stond een briesje.
En we hebben ook nog twee mooie stadjes bezocht: Castelsardo en Bosa. Kleine stadjes die tegen de berg aanleunen, veel trappen, heel veel trappen, en dat in die hitte … En weer een mooie rit er naartoe. Als je het op de kaart bekijkt, dan is het grootste deel van Sardinië beschermd natuurpark. Rijden in Sardinië is ook heel relaxt. Wij hebben ritten gereden dat we nauwelijks andere auto’s of motoren tegenkwamen. De afstanden zijn evenwel niet te onderschatten!

Op onze laatste dag moesten we helemaal terug naar Cagliari, maar omdat onze vlucht pas ’s avonds ging hadden we nog ruim de tijd om over de kleine wegen te rijden met een omweg langs het schiereiland Sinis, ook alweer beschermd natuurgebied. En helemaal vlak, het leek wat op onze polders. Daar hebben we op het gemakje nog geluncht (en ik heb er genoten van de flinke zeebries) en om 17u hebben we onze auto ingeleverd op de luchthaven, met 2070 km meer op de teller.

(*) Salve! verwijst naar de begroeting van de Sardijnen. Hier geen buon giorno of ciao, maar salve. Net iets minder formeel dan buon giorno en iets formeler dan ciao. Je moet het maar weten. 

Onze reisweg op kaart:
(uitstappen niet meegerekend, dat was te veel gevraagd van Google Maps)

Bevindingen:
Sardinië is een eiland voor de natuurliefhebber die houdt van wilde, woeste natuur, van rust en stilte, voor de goed getrainde wandelaar, voor mensen die qua luxe niet veeleisend zijn. Eerder een eiland voor kampeerders. Wij zijn toch meer van het mondainere, en ik miste vooral de zuiderse sfeer. Ook qua cultuur bleef ik op mijn honger.

Tip: kijk uit waar je tankt. Benzineprijzen variëren van 1.53 tot 1.70 euro (juni 2015). Voor service, of betalen met creditkaart betaal je 20 cent per liter extra (resp. 1.73 en 1.90 euro).

Logies (alles geboekt via booking.com):
Hotel Nautilus, Cagliari:

Nieuw hotel met 17 kamers aan de Lungomare Poetto, op 10 minuten rijden van het stadscentrum. Het was er nu erg rustig omdat de Lungomare opgebroken lag en tot het einde der werken verkeersvrij is. Dat zou wel eens anders kunnen zijn als er opnieuw auto’s mogen rijden. Helaas heb je vanaf het hotel geen zeezicht omdat er een lelijk gebouw in de weg staat op het strand voor het hotel.

Kamer: mooi gedecoreerd in blauw/wit, nautische stijl, met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), maar onze standaard kamer was erg klein, ik schat zo’n 10m² terwijl op booking.com aangegeven staat dat de kamers 19m² zijn (tenzij ze terras en badkamer meetellen in de 19m²).
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden en er was geen lawaaihinder van buiten of van de andere kamers. 
Parking: geen privé parking, wel altijd gemakkelijk plaats gevonden op een pleintje vlakbij.
Service: vriendelijk en klantgericht meertalig personeel.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, … en heel lekkere cappuccino.
Extra: gratis gebruik van fietsen, strandstoelen en parasol.
Prijs/kwaliteit: te duur.

Hotel Nettuno, Cala Gonone:

Recent vernieuwd hotel met 28 kamers, op 200 meter van de zee en het centrum van het dorp. Erg rustig gelegen.

Kamer: ruime kamer zonder decoratie met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), badkamer met kleine douche en balkon. Lawaaierige en niet voldoende koelende airco.
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden dankzij de elektrische rolluiken. Geen lawaaihinder van buiten, wel dunne muren.
Parking: geen privé parking, enkele gratis plaatsen op de straat of betaalparking. Altijd gemakkelijk plaats gevonden in de nabijgelegen straatjes.
Service: vriendelijk en klantgericht meertalig personeel.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, …
Prijs/kwaliteit: zeer goed.

Agriturismo Tenuta Pilastru, Arzachena:
Authentieke stazzo gallurese (boerderij in de typische stijl van de streek) omgevormd tot hotel met 32 kamers en een mooi zwembad in een grote tuin. Erg rustig gelegen op het platteland, op 7 km van de zee.
Kamer: ruime kamer in bijgebouw met klein raam waardoor deze nogal somber overkwam, doch met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), badkamer met grote inloopdouche en een terras. Prima airco in slaap- en badkamer.
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden dankzij houten luiken. Totaal geen lawaaihinder en heel stille airco.
Parking: grote privé parking voor het hoofdgebouw waar ook het restaurant zat.
Service: beetje onpersoonlijk.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, … Geen airco in de ontbijtruimte.
Prijs/kwaliteit: goed.
Restaurant (ook toegankelijk voor niet-gasten): twee menu’s: een 3-gangen keuzemenu à 25 euro ; een 3-gangen regionaal menu à 35 euro. Beide prijzen inclusief een fles wijn van de eigen wijngaard, water, koffie en digestief. Eén avond gegeten, was lekker maar (zoals in alle restaurants met lokale keuken in Sardinië) niet de fijnste keuken, aan een correcte prijs.

Mooi zuiders landhuis (waar de eigenaar woont) met 11 kamers in een bijgebouw, te midden van een olijfgaard van 14 hectaren. Tuin met zwembad. Erg rustig gelegen op 5 min. rijden van het stadscentrum. 

Kamer: ruime kamer, met liefde gedecoreerd, en met alle nodige faciliteiten (TV, airco, gratis WiFi, minibar), badkamer met douche en een terras. Prima airco.
Slaapkwaliteit: goed, kamer kon goed verduisterd worden dankzij houten luiken. Totaal geen lawaaihinder.
Parking: grote privé parking tussen de olijfbomen.
Service: vriendelijk en klantgericht.
Ontbijt: goed ontbijt met vers fruit, kaas en charcuterie, granen, yoghurt, gebak, …
Prijs/kwaliteit: goed.


Restaurant Il Corallo (ook toegankelijk voor niet-gasten): à la carte Sardijnse keuken. Eén avond gegeten, was lekker en zeer fijn maar wel iets duurder dan in de stad.

Auto:
Gehuurd via Sunnycars bij Auto Europa/Sicily By Car. Ik had er een hard hoofd in want de reviews over Sicily By Car liegen er niet om, en als je bij Sunnycars huurt ken je de verhuurder pas als je de voucher in handen hebt (na betaling). Alles is echter zeer goed verlopen: snelle afhandeling van de papieren bij ophalen, slechts 300 euro borg geblokkeerd op de creditcard, snelle en correcte afhandeling bij inleveren.


Mallorca revisited

Na achtentwintig jaar zijn wij nog eens op Mallorca gaan kijken. Gewoon even een weekje Palma, om de zinnen te verzetten. Propere stad met brede lanen, mooie gebouwen, veel kerken uiteraard, volop winkels, barretjes en restaurants.

Palma is ook een hele groene stad, al was daar nu nog niet veel van te zien. Kale bomen overal, een raar zicht. Behalve de citrusbomen, die waren zwaar van de citroenen en appelsienen.

En terwijl België kreunde onder wind, regen en kou, zaten wij lekker in de zon. De eerste dag nog een beetje aarzelend, met wat druppels. Niet genoeg om de paraplu open te doen, net te veel om hem dicht te laten. Maar vanaf dag twee was de lucht staalblauw en priemde de zon aan de hemel. Volop terrasjesweer. En wie ons kent, die weet dat we daar gretig gebruik van hebben gemaakt.

We hadden geen auto gehuurd deze keer want vanuit Palma kan je gemakkelijk met het openbaar vervoer naar de andere stadjes. Zo waren we in Valldemossa, een bergstadje in een schitterende omgeving.

Naar Sóller gingen we met het antieke toeristentreintje, alom geprezen omwille van de mooie uitzichten tijdens de rit. Sóller is een heel toeristisch plaatsje. Veel is er niet te zien, en op het marktpleintje voor de kerk zaten de terrasjes overvol. Het is wel mooi gelegen in de bergen.

Na een korte koffiestop zijn we vanuit Sóller te voet naar Port de Sóller gewandeld. Dik vijf kilometer, maar manlief heeft het zonder pijn en aan een flink tempo uitgewandeld. Ik denk dat ik het zwaarder had dan hij!

Port de Sóller (Puerto de Soller) is gezellig. Waarschijnlijk omdat ik van
water en van bootjes houd. Een mooie moderne wandeldijk loopt van het ene eind van de jachthaven naar het andere. Veel terrasjes, en uiteraard ook de gebruikelijke souvenirwinkeltjes.

Port d’Andratx (Puerto de Andraitx) moesten we ook gezien hebben, volgens een kennis. We vonden er niet veel aan. Zoals de naam doet vermoeden is ook dit een plaatsje met een jachthaven, maar dan veel kleiner en niet zo gezellig als Port de Sóller.

We waren er snel uitgekeken en hebben de volgende bus terug naar Palma genomen. Daar aangekomen zagen we dat de straat van ons hotel volledig was afgezet. Al van ver hoorden we fanfaremuziek en korterbij zagen we een enorm lange stoet voorbij trekken: de processie van palmzondag! Vandaar dat we zoveel mensen met palmtakken zagen rondlopen. Heel bijzonder eigenlijk. Dat hadden we vroeger hier ook. Ik heb zelf tussen mijn zes en mijn twaalf, zo trots als een pauw, met een lang gewaad en een hermelijnen manteltje in de processie van onze parochie meegelopen.

Het was tof in Palma. We hebben het rustig aan gedaan, hoewel we toch iedere dag vele kilometers gelopen hebben. Maar evengoed ’s middags en ’s avonds lekker gegeten (Ombu, Puro Chef, Ribello, Mar de Nudos, Port Blanc, Tast, L’Osteria di Giovanni, Café Bonaire, …). Natuurlijk ook veel geterrast, en heerlijk zitten lezen in de Sky Bar van het hotel, met prachtig zicht op de stad.

Nummer vier

Ja hoor, nog eens een reisje geboekt. Zes dagen Palma de Mallorca eind maart. Mallorca (Palma Nova) was in 1976 de bestemming voor onze huwelijksreis. In 1988 zijn we er nog eens terug geweest (Calas de Mallorca). Tijd dus voor een hernieuwde kennismaking! Met hoofdstad Palma deze keer. Palma blijkt – net zoals Málaga – een vrij populaire citytripstad te worden. En de tickets waren goedkoop, zelfs voor vliegen vanaf Zaventem. Dat laat ik dus niet liggen. Nu nog hopen op een beetje mooi weer en een man die tegen die tijd mobiel is …

Jammer maar helaas

Manlief heeft vandaag een moeilijke knoop doorgehakt: de geplande fietsvakanties (2 stuks, één in de Ardennen en één in de Pyreneeën) gaan niet door. Hij ziet nu zelf ook wel in dat het onmogelijk is om de eerste week van mei vier dagen aan een stuk te fietsen, à rato van zo’n 150 km per dag met best wat hoogteverschillen. En een maand later een hele week zware cols te gaan rijden. Hij kan/mag de eerste maanden niet trainen en het zou gewoon onverantwoord zijn om zo snel al zo’n zware ritten te gaan doen. Hij heeft ze dus noodgedwongen allebei geannuleerd. Ik heb er me – voor één keer – niet mee bemoeid. Het moest echt wel zíjn beslissing zijn.

Wat ik wel gedaan heb, is snel een vliegtuigticket voor hem gekocht want de vakantie in Zuid-Frankrijk die we gepland hadden aansluitend aan zijn fietsvakantie in de Pyreneeën (en waarvoor ik al een ticket had), die laat ik niet aan mijn neus voorbij gaan! Zo ben ik dan ook weer wel. 😉

Reisverslag Dubai & Oman

Ik heb wat moeten broeden op mijn reisverslag want de beleving was zo apart en totaal anders dan pakweg drie weken door Zuid-Spanje toeren. Wij hebben echt drie weken in een andere wereld vertoefd. Correctie: in twee andere werelden, want het contrast tussen het mondaine, decadente emiraat Dubai en het serene, bescheiden sultanaat Oman kon niet groter zijn. Het is heel moeilijk om weer te geven wat ik daarbij gevoeld heb.

Maar laten we beginnen bij het begin. Dubai dus. Omdat we toch die richting uitgingen, vonden we het maar logisch dat we een paar dagen Dubai vastknoopten aan onze rondreis door Oman.

Dubai is het absolute tegenovergestelde van de echte Moslim wereld. Niet voor niets noemt men het het Las Vegas van het Midden Oosten. Er zijn hier heel veel regels van wat mag en vooral van wat niet mag, maar die worden allemaal – klandestien uiteraard – met voeten getreden. Alle pleziertjes zijn voor geld te koop, zo lang het maar in het geniep gebeurt.   

In Dubai is alles groot, groter, grootst, … hoog, hoger, hoogst, … duur, duurder, duurst, … Enorme wolkenkrabbers tot meer dan 400 meter hoog, immense shopping malls, grote luxe auto’s overal, prachtige hotels, kunstmatige eilanden die voor de kust gebouwd worden, … Het is het enige land ter wereld waar ze een 7*-hotel hebben, de Burj Al Arab, streng beveiligd en niet toegankelijk voor non-guests. Een kamer … pardon, een suite … kost er in het laagseizoen gemiddeld 1600 euro. Per nacht.

Dubai is hectisch en chaotisch. Vooral het verkeer dan. Duizenden taxi’s – beige met een gekleurd dak – vervoeren er even veel passagiers. Soms maar voor een ritje van een kilometer want het is overdag te heet om ver te lopen en taxi’s zijn spotgoedkoop: 3 Dhs (0.6 euro) startgeld en nadien 1.6 Dhs (0.32 euro) per km. Goedkoper dan een kaartje voor de metro of de tram. O ja, taxi’s met een roze dak zijn voorbehouden voor dames.

Alles, werkelijk alles is er air conditioned: de metrohaltes, de hokjes waarin de geldautomaten staan, de ‘slurf’ aan het vliegtuig, echt alles. De zwembaden van de hotels zijn gekoeld. Restaurants maken reclame voor hun “outdoor dining terrace for the cooler winter evenings“. Het was er tijdens ons verblijf, eind november, ’s avonds en ’s nachts nog zesentwintig graden! In de zomer moet het hier onleefbaar zijn.

Dubai leeft vierentwintig uren op vierentwintig. Je kan hier rustig om drie uur ’s nachts nog een restaurant binnen gaan. Het is ook pas ’s avonds dat de Emiratis zelf buitenkomen. De dames gekleed in een zwarte abaya (vaak rijkelijk versierd) en niqab of een sluier ; de heren in spierwitte dishdasha met een witte of roodgeblokte ghutra op het hoofd. De dames dragen onder hun abaya trouwens gewone westerse kleding … winkels à la Victoria Secret draaien hier op volle toeren! … , hoge hakken en ze hebben stuk voor stuk een handtas van een exclusief merk bij. Het is heel spijtig dat deze mensen totaal niet toegankelijk zijn.

Uiteraard hebben we de Burj Khalifa bezocht, het hoogste gebouw ter wereld. In exact één minuut zoefden we met de lift naar de 124ste verdieping van waar we een fenomenaal 360° uitzicht hadden op de stad beneden ons. We hebben ook ‘op hoogte’ geluncht, in The Observatory, op de 52ste verdieping met mooi uitzicht op The Palm Jumeirah. “Lunch with a view” … erg lekker gegeten ook nog!

Oud Dubai, de wijken Deira en Bur Dubai, is nog redelijk typisch. Hier vind je de gold souk en de spice souk met de typische geuren van het Midden Oosten. Je vaart er naartoe met een abra, een kort ‘ritje’ over Dubai Creek. Het is ook in deze wijken dat je nog de echte oosterse keuken vindt. Libanees, Indiaas, Pakistaans, enz. Dubai krioelt van de vreemde nationaliteiten, want er moet natuurlijk gewerkt worden. En dat wordt niet door Emiratis gedaan. Emiratis bekleden alleen hogere functies. Horeca-, hotel- en winkelpersoneel, bouwvakkers (Dubai is op dit moment één grote bouwwerf), taxichauffeurs, … zijn allemaal buitenlanders. Veel Pakistanen, Indiërs, Sri Lankanen, …

Onze tijd hier was te kort om alles intens te beleven, maar we hebben er eens van mogen proeven. Het was interessant en apart. We zijn vast van plan om hier nog een keer uitgebreid terug te komen!

~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ ~ 

Na drie dagen Dubai gingen we overland door de andere emiraten (met de taxi, vier uren rijden) naar Khasab op het schiereiland Musandam, een exclave van Oman. Oman wordt wel eens het best bewaarde geheim van het Midden Oosten genoemd. Het is gelegen aan de Straat van Hormuz, de Golf van Oman en de Arabische Zee. Oman is sereen, bescheiden, écht. Het land is rijk aan cultureel erfgoed, de natuur is er van een adembenemende schoonheid en de mensen zijn er oprecht vriendelijk. En het toerisme viert er nog geen hoogtij.

Een kennismaking met dit schitterende land van kamelen, woestijnen en zoveel meer …

Het contrast tussen Dubai en Khasab kon niet groter zijn! Eén laagbouw hotel aan zee te midden van majestueuze bergen. En stilte, alleen maar stilte. Naar Musandam kom je eigenlijk alleen om met een dhow tussen de fjorden te varen en om dolfijnen te spotten. Wat we dan ook gedaan hebben. Na de drukte van Dubai was het heerlijk om een dagje te relaxen op de boot en te genieten van de mooie fjorden en van de dolfijnen die vrolijk om onze boot heen zwommen.

Twee dagen later vlogen we met een klein propeller vliegtuigje van Khasab naar Muscat. Een goed uur gevlogen en onderweg genoten van het prachtige uitzicht dat we hadden op de Hajar Mountains.

In Muscat hebben we de eerste dag totaal niks gedaan. Alleen maar aan het zwembad gelegen en ons laten verwennen door het super gedienstige hotelpersoneel (ook hier weer Aziaten). Handdoeken werden gespreid, er werd een koelbox met flesjes gekoeld water gebracht, af en toe kwam er een mannetje langs met een schaal met in parten gesneden fruit, een ander mannetje kwam je bril poetsen, enz. Op en top verwennerij. Het beste hotel van de hele reis ook.

Wat hebben we nog gedaan in Muscat? De wijk Muttrah bezocht, met de souk uiteraard. De souk van Muttrah zou de oudste markt uit de Arabische wereld zijn. We hebben ook even langs de Corniche gelopen. Niet lang, want het was weer heel warm. Uiteindelijk hebben we nog een plezant ‘klapke’ gedaan met een groepje taxichauffeurs. Omanis zijn gelukkig wel heel toegankelijk. Ze waren gefrituurde hapjes aan het snoepen, geen idee wat het was, maar we moesten en we zouden proeven!

De Sultan Qaboos Grand Mosque is natuurlijk ook een must als je in Muscat bent. Het is de enige moskee in Oman die je als niet-moslim mag bezoeken. Je moet wel gepast gekleed zijn (armen en benen bedekt, dames een sjaal op het hoofd). Een schitterend gigantisch bouwwerk is dit, er kunnen 27.500 gelovigen in. Lusters van Swarovski kristal, glasramen van Venetiaans glas, marmer van Carrara, een handgeweven Perzisch tapijt met 1.700.000 knopen van 21 ton zwaar, aan één stuk, waaraan vier jaar gewerkt is, … Groots en overweldigend.

Na drie dagen verwisselden we de stad voor de natuur. Onze Toyota Land Cruiser werd aan het hotel afgeleverd, samen met Yaqoob, de Omani chauffeur die met ons een dagje off-road ging rijden.
Alvorens aan de spannende rit te beginnen hebben we eerst nog een van de vele forten bezocht die Oman rijk is, het fort van Nakhl

De rit door de prachtige Wadi Bani Awf was spectaculair. Deze wadi zou tot de mooiste van Oman behoren. En er zijn daar heel veel wadi’s en ik vond ze allemaal even mooi. Deze wadi (droge rivierbedding), omzoomd door palmbomen, loopt door een diep dal met aan alle kanten rotsgebergte. De volledige route (40 km) is off-road. Soms was de weg zó smal dat de auto aan de ene kant bijna de bergflank raakte en aan de andere kant over het diepe ravijn hing.

We passeerden verschillende oases, dadelpalmtuinen, bergdorpjes en overal hadden we de meest schitterende uitzichten. Deze rit gaat door de Hajar Mountains die we al uit het vliegtuig gezien hadden, tegelijk idyllisch en indrukwekkend, en vooral bangelijk! Onderweg hebben we nog gepicknickt aan een mooie bron. We hebben eigenlijk de meeste dagen gepicknickt want we zaten soms zo ver van de buitenwereld dat er in geen velden of wegen een restaurant te bespeuren viel. Mooie picknickplaatsen waren er altijd wel.

Yaqoob was een aangename gids. Hij sprak goed Engels en heeft ons veel verteld over de geschiedenis van zijn land, over de cultuur, en over zijn gezin met tien kinderen!

Zo kwamen we dan tegen de avond op onze volgende bestemming aan: Nizwa. Op zich niet zó interessant, maar we hadden nog veel bergen en wadis voor de boeg, en vanaf nu zaten we zelf aan het stuur van onze 4WD.

Vanuit Nizwa zijn we naar Jebel Shams gereden (aka de Grand Canyon van Oman) van waar je op het hoogst toegankelijke punt duizend meter de diepte in kijkt.

Wondermooi! Ook naar Jebel Akhdar (2000 m hoog), we hebben nog verschillende wadis gedaan en kleine, meestal uitgestorven, dorpjes bezocht. De mensen willen niet meer in de traditionele lemen huisjes wonen. Ze willen een moderne woning. En die kunnen ze redelijk gemakkelijk verwerven.

Yaqoob vertelde ons dat ieder Omaans gezin van de staat een stuk grond krijgt om een woning op te bouwen. Mensen die bovengemiddeld verdienen moeten hiervoor een kleinigheid betalen: 1 OMR (= 2 euro) per m². Overal ten lande zie je dan ook grote nieuwbouw villa’s verschijnen.

Uiteraard hebben we ook nog de geitenmarkt in Nizwa bezocht. Die gaat iedere vrijdagmorgen door, vanaf zonsopgang tot 11u. Het is er een drukte van jewelste.

De verkopers lopen met hun geiten en schapen rondjes op een plein tot er een koper toehapt die het gewenste geitje volledig inspecteert. Er wordt eens in geknepen, er wordt in de bek gekeken, …

Als je vrouwen met een snavelmasker wil zien: this is the place! Spijtig dat ze niet gefotografeerd willen worden (al was een snelle snapshot toch wel mogelijk). Ik wist eigenlijk niet dat hoofd- en gezichtbedekking zo streekgebonden zijn. Snavelmaskers zie je alleen in Nizwa. Op andere plaatsen dragen de vrouwen, net zoals in Dubai, een niqab en in de kleine dorpen alleen een sjaal op het hoofd en het gezicht vrij.

Omaanse mannen dragen trouwens dezelfde witte dishdasha als de Emiratis. Op het hoofd hebben zij een kuma of een massar. Ook mijn man heeft de hele tijd een kuma gedragen. Prima bescherming tegen de zon! Een Omani met een khanjar hebben we helaas niet gezien.

Na Nizwa kwam – voor mij – het mooiste van de hele reis: Wahiba Sands. Ik droomde er al jaren van om eens een nacht in de woestijn door te brengen, onder de sterrenhemel.
Die sterrenhemel is niet helemaal gelukt want het was volle maan. Misschien nog wel mooier! Na het (gedeeltelijk) aflaten van de banden van onze jeep zijn we zelf, achter een gids aan, tot aan het desert camp gereden, zo’n 30 km de woestijn in. We moesten wel de vaart erin houden om niet vast te geraken, maar het is ons zonder problemen gelukt.

In het tentenkamp kregen we een houten cabin toegewezen, van binnen bekleed met authentieke tapijten. Best comfortabel met een kingsize bed en een eigen badkamer met douche en toilet in de open lucht.

Na het aanschouwen van de zonsondergang van op een hoge duin (op de kameel er naartoe) en de avondmaaltijd bij kaarslicht (geen elektriciteit in het kamp) lagen we al vroeg onder de wol.
De volgende morgen ook vroeg weer op want om kwart over zes was de zon er alweer.

We hadden een bedouinengids geboekt voor een halve dag desert crossing en dune bashing: 140 km dwars door de woestijn, soms op een wielspoor (aan 80 km/u), maar dikwijls ook gewoon door de hoge duinen, verticaal naar boven en naar beneden. Adrenaline momenten, en genieten met een grote G! Deze gids was minder spraakzaam en zijn Engels was niet zo goed verstaanbaar, maar we hadden eigenlijk ook geen behoefte aan een gesprek. We genoten van de omgeving, van de hoge duinen die overal een andere kleur hebben. Het was prachtig.

Toen we eenmaal terug op de gewone weg zaten hebben we in Al Ashkharah de banden laten bijvullen en zijn we langs de kustweg terug noordwaarts gereden, naar de havenstad Sur (waar vroeger de dhows gebouwd werden), en later verder door naar Ras Al Jinz. Daar komen ’s avonds de zeeschildpadden hun eieren leggen op het strand. Hoewel het niet het goede seizoen was, hebben we toch drie grote schildpadden (80 cm lengte) gezien. In het seizoen zijn dat er dikwijls meer dan honderd! Twee schildpadden waren een plek aan het zoeken om hun nest te maken, een was bezig met eieren leggen. Dat zijn er zo’n 80 à 100 per keer. Het was fantastisch dat we zo’n intiem gebeuren hebben kunnen meemaken.

De volgende dag hebben we nog Wadi Tiwi en Wadi Shab gedaan, weer twee spectaculaire ritten door twee hele mooie wadi’s. Verder ook nog Bimah Sinkhole bezocht en super-de-luxe geluncht bij The Chedi in Muscat. Netjes op tijd leverden we onze auto weer in (1700 km) en na de middag hadden we onze vlucht naar Salalah, helemaal in het zuiden van Oman.

Daar aangekomen hebben we een andere auto opgepikt maar daar hebben we niet veel meer mee rondgetoerd. We zijn nog naar de opgravingen van Khor Rori gereden. Daar zou een paleis gestaan hebben van de Koningin van Sheba. Dan verder door naar Wadi Darbat. Ook een hele mooie wadi waar veel kamelen lopen.

Ze lopen ook gewoon op straat, zelfs op de autoweg waar je aan 120 km/u mag rijden. Oppassen geblazen want ze komen zomaar ineens te voorschijn.

Salalah … wuivende palmen, witte zandstranden, diepblauwe oceaan … Het leek wel of we op de Caraïben zaten, maar dan zonder de vervelende hoge luchtvochtigheid. Onze laatste dagen hebben we hier alleen maar uitgerust aan het mooie strand van ons hotel. Er waren nauwelijks gasten, het was er zo heerlijk rustig. We hadden er nog wel een paar dagen langer willen blijven.

Maar helaas moesten we na drie dagen alweer het vliegtuig op, terug naar Dubai voor onze laatste nacht Midden-Oosten. De volgende dag hebben we nog tot na de middag aan het zwembad doorgebracht en toen was het echt voorbij.  

Onze reisweg:
-intercontinentale vlucht van Amsterdam naar Dubai (Emirates),
-overland van Dubai naar Khasab, Musandam
-binnenvlucht van Khasab naar Muscat (Oman Air),
-binnenvlucht van Muscat naar Salalah (Oman Air),
-internationale vlucht van Salalah naar Dubai (Oman Air),
-intercontinentale vlucht van Dubai naar Amsterdam (Emirates).

Hotels:
Dubai: JA Ocean View Hotel
Khasab: Atana Khasab
Muscat: Shangri-La Barr Al Jissah Resort
Nizwa: Falaj Daris Hotel
Wahiba Sands: Safari Desert Camp
Ras Al Jinz: Ras Al Jinz Turtle Reserve
Wadi Shab: Wadi Shab Resort
Salalah: Crowne Plaza Resort
Dubai: Millennium Dubai Airport

Alle reviews zijn te lezen op Tripadvisor.
Een selectie uit onze foto’s staan op Flickr.
Reis uitgewerkt in samenwerking met Aladin Travel. Super service!

Facts & figures:
Temperatuur: tussen de 30 en 35° overdag in de steden en aan de kust, in de bergen op 2000 meter hoogte rond de 20°.

Prijsniveau: hotels zijn duur tot zeer duur. Eten in plaatselijke restaurantjes in Dubai en Oman is goedkoop. Met ‘plaatselijk’ bedoel ik Pakistaans, Libanees, Indiaas want authentieke keuken stelt niet zoveel voor. De invloeden van de vroegere bezetters en van de huidige arbeiders (in Dubai dan) hebben hun sporen nagelaten. In positieve zin.
Eten in de hotels is minstens even duur dan een gemiddeld restaurant in België. Alcohol is zeer prijzig. Het mag ook alleen geschonken worden in de internationale hotels, zowel in Dubai als in Oman. Een fles (Chileense of Zuid-Afrikaanse) huiswijn bv. kostte omgerekend gemiddeld zo’n 36 euro.
In Dubai hebben we al onze verplaatsingen per taxi gedaan. Taxis zijn er goedkoper dan bus of metro (starttarief 3 dirhams, nadien 1.6 dirham per km). 1 AED = 0.25 euro (november 2014).
Benzine in Oman is spotgoedkoop! 1 liter super kost 0.12 rials, omgerekend zo’n 28 eurocent. 1 OMR = 2.30 euro.

Picknicken: in de grote steden zit er overal een LuLu Hypermarket waar ze lekkere sandwiches, belegde broodjes, slaatjes, in partjes gesneden fruit, enz. verkopen. Maar ook het aanbod aan brood, broodjes, croissants, … is hier vele malen groter dan in de gemiddelde Belgische supermarkt! 

Kwaliteit hotels: goed tot zeer goed! Het was overal zeer proper, in de luxe 5* hotels (Shangri-La en Crowne Plaza) werden we ongelooflijk gepamperd (zowel ’s morgens als ’s avonds propere handdoeken, bedden werden iedere dag verschoond als je dat wenste, [wij wensten dat niet, we doen dat thuis ook niet en het is een ramp voor het milieu in een – weliswaar rijk – land waar er nauwelijks water is] enz.). Buiten de grote steden in Oman is het aanbod beperkt, maar we hebben altijd het beste genomen wat er was. Overal was het proper en het waren stuk voor stuk goede, brede bedden.

Bevolking: we hebben geen contact gehad met Emiratis. Wel met Omanis. Supervriendelijke mensen, altijd bereid om te helpen … als je, zoals ons wel eens gebeurde, de weg kwijt bent.

Het was een vermoeiende reis, met lange ritten omdat we ons roadbook moesten volgen. Het waren niet altijd veel kilometers, maar het ging meestal traag vooruit vanwege de bergritten met soms heel smalle gravelwegen. Dat waren trouwens ook adrenaline momenten! En de bewegwijzering was een regelrechte ramp. Na een paar uren sukkelen om een bepaald dorp te vinden hebben we (TIP!) een lokaal SIM-kaartje met 1 GB dataverkeer gekocht voor de smartphone en hebben we op Google maps gereden. Prima te doen!

Twee weken Oman waren veel te kort om alles te zien, zeker omdat wij ook graag wat rustmomenten inbouwen. Bij ons lag de focus op de natuur (bergen, woestijn). Het culturele, de forten, de kleine dorpen en de steden zijn veel minder aan bod gekomen.

Dubai & Oman

Dubai: indrukwekkend! Groot, groter, grootst, … hoog, hoger, hoogst, … duur, duurder, duurst … Artificieel en over the top, en toch ook nog een stukje authentiek. Dubai heeft meerdere gezichten.
Je moet het een keer gezien hebben. Neen, je moet het een keer beleefd hebben.

Oman: het land van kamelen en woestijnen … en zoveel meer! Ik denk dat je nergens anders op het Arabisch schiereiland nog dat “Sinbad de zeeman” of het “1001 nacht” gevoel hebt. Dit ene land herbergt zoveel schoonheid: weelderige oases, oude forten, dramatisch gebergte, pittoreske wadi’s, diepe fjorden, een onmetelijke woestijn, witte zandstranden, diepblauwe zee en super vriendelijke mensen.

De reis moet nog even bezinken. Alle opgedane indrukken moeten nog verwerkt worden. Het was zo overweldigend, zo veel ook om op drie weken te verteren, maar het was zeker de moeite waard. Een uitgebreid verslag volgt.

Vicky

Vicky is niet meer. Vicky is vermoord door haar eigen man. Vicky? Wie is Vicky?

Vicky Ntozini is – of beter, Vicky was – de eigenaresse van een B&B in Khayelitsha, een township in Kaapstad. Tijdens onze reis door Zuid-Afrika bezochten wij deze grote township (er woonden hier destijds 1.2 miljoen mensen op een hoopje bij elkaar) in het gezelschap van Vicky’s kleinzoon. Op deze manier maakten wij ook kennis met Vicky die hier in 1999 een bed & breakfast had geopend. Een merkwaardige vrouw, zeer trots op haar afkomst.

Vicky had midden in de township een shack – een primitief huisje met een golfplaten dak – waar ze woonde met haar man en zes kinderen. In dat huisje verhuurde Vicky twee piepkleine kamertjes aan toeristen die eens van het leven in een township wilden proeven. Letterlijk, want Vicky bereidde ook maaltijden voor haar gasten. En ze dompelde hen onder in de cultuur van de Xhosa, haar volk waar ze zo trots op was.

Vicky heeft destijds grote indruk op mij gemaakt. Zij was een voorbeeld voor jonge ondernemers, een voorvechter en een fantastisch ambassadeur voor de stad én voor het township toerisme want dankzij Vicky zijn er ondertussen al veel meer township B&B’s.

Heel toevallig, omdat er op een travel forum iemand vroeg naar bijzondere accomodatie in Kaapstad, viel mijn oog op een krantenartikel uit 2012 en daar las ik over het droevige einde van Vicky Ntozini.  

Rest in peace, Vicky.

Een zware bevalling!

Ik heb er lang op gezwoegd om geschikte (lees: min of meer betaalbare) accomodaties te vinden op Sardinië, maar het is gelukt.

Vier verschillende locaties, voor bijna drie weken reis- en ontdekkingsplezier. Ik kijk er al naar uit … ☺ ☺ ☺

Onze route, begin en einde in Cagliari. Vluchten met Alitalia ook geboekt: Brussel-Rome-Cagliari en Cagliari-Rome-Brussel. De auto boek ik later.

Normandië

Ons laatste tripje was alweer bijna een maand geleden … hoog tijd dus voor nog eens een klein reisje. 😉 Een weekje Haute Normandie deze keer, een streek die we nog niet kenden. De Côte d’Albâtre dankt zijn naam aan 140 km krijtrotsen gelegen tussen de monding van de Somme in het noorden en die van de Seine in het zuiden. In Étretat zijn de falaises het mooist: hier rijzen de rotsen 50-60 meter verticaal uit de zee omhoog.

Vandaar dat ik in deze buurt een hotelletje had uitgezocht, meer bepaald in het landelijke dorp Les Loges. Een dorp waar het nog ruikt naar vers gebakken brood als je voorbij de bakker wandelt. Een dorp waar vanaf 7 uur ’s morgens tot 11 uur ’s avonds de kerkklokken ieder kwartier luiden en waar geen mens er van wakker ligt dat een enkele toerist wel eens graag uitslaapt tijdens zijn vakantie. Zo’n dorp dus. Heerlijk rustig en toch maar tien minuten rijden van de drukte van Étretat. Hoewel ‘drukte’ in dit seizoen een zeer relatief begrip is.

We werden hartelijk welkom geheten door François in Les Loges d’Étretat, kregen een uitgebreide uitleg over de oorsprong van het mooie 18de eeuwse gebouw in de typische “brick & flint” stijl van de Caux en werden naar onze kamer geëscorteerd. Een ruime kamer op het gelijkvloers met alle nodige moderne luxe voorzieningen waaronder een badkamer met een enorme inloopdouche. De overige zes kamers zijn allemaal in dezelfde trendy stijl ingericht, zij het met andere kleuren en net iets andere meubels. Erg mooi gedaan! Ook op het tuinterras en in de tuin was het heerlijk vertoeven.

Gewapend met een lijstje eetadresjes togen wij in de late namiddag naar het toeristische Étretat, voor een aperitiefje op een terras in de zon en een maaltijd met een prachtig panoramisch zicht op enerzijds de Falaise d’Aval en anderzijds de Falaise d’Amont. De mooie zonsondergang kregen we er gratis bij.

De volgende dag zijn we trouwens teruggekeerd om uitgebreid te gaan wandelen door deze toch wel woeste natuur. Hoewel Étretat maar een klein stadje is hebben we er ons uren vermaakt, rots op en rots af, en nog een rots verder, …  Erg mooi, de ruwe rotsen waar de zee tegenaan beukt, de  wilde bloemen overal, het uitzicht dat overal anders is. En de vissers die hun lekkere buit aanvoerden in kleine bootjes. Tourteaux, bar de ligne, homards, … ’s Morgens op het strand, ’s avonds op het bord. Verser kan niet.

Ook de aangrenzende dorpen en stadjes zijn uitgebreid aan bod gekomen, alsook het schitterende binnenland met zijn grazende koeien in de wei, de rollen stro op het land, bossen waar het licht zo mooi doorheen scheen. Genieten met een Grote G, en dat allemaal met open dak en een temperatuur van zo’n 20-23 graden, in Rouen zelfs 25 graden. Heerlijk!

Omdat het overal erg stil was en we toch wat gezelligheid en ambiance ambieerden, zijn we ook een dag naar Honfleur en Deauville in de Basse Normandie geweest. Honfleur zal zowat de meest toeristische stad van Normandië zijn, en aan het Vieux Bassin was het inderdaad heel druk. Het staat er dan ook overvol met terrassen. Je kan er nauwelijks passeren. De binnenstad is rustiger en er zijn een aantal hele mooie kunstgalerijen. Helaas was het beeldhouwwerk van Marie-Paule Deville-Chabrolle waarop ik mijn oog had laten vallen niet voor onze portemonnee. Deauville is ook geanimeerd, maar het trekt een totaal ander publiek aan. Aan 30 euro per dag voor twee strandstoelen is dit dan ook niet direct een plek voor jan-met-de-pet. We hebben trouwens niet op het strand gezeten, het is een zonnig terras geworden.

In Dieppe en Rouen zijn we ook geweest. Dieppe vanwege het Festival International de Cerf-Volant (vliegerfestival), dit jaar in het teken van India en Indonesië. De stad op zich was niet zo interessant, het festival was eens tof om te zien. Er wordt op muziek gevliegerd, wat zeer artistiek gedaan was.

Rouen vond ik dan weer wel een heel mooie stad. Het historisch centrum is compact maar goed bewaard gebleven. Heel veel mooie vakwerkhuizen, een aantal grote kerken (helaas allemaal in de steigers), en een hele prettige sfeer. Veel restaurantjes en terrasjes langsheen onze stadswandeling. Daar hebben we dan ook volop van genoten!

Op de terugweg naar huis zijn we langs Saint-Valéry-sur-Somme gereden en hebben daar nog even rondgewandeld. Ik had er mij meer van voorgesteld. Als je de oversteek van de Baai van de Somme niet doet, dan valt er weinig te beleven daar. Het was er overigens wel stikdruk! Verder langs Calais naar De Panne om nog even te genieten van de laatste zonnestralen.

En zo kwam er weer een einde aan ons uitstapje. Wat hebben we geluk gehad met het weer. Daar staat en valt alles mee!

Wenen

Tweede citytrip dit jaar. Deze keer georganiseerd door de Vriendenclub van manlief zijn werk. Een citytrip naar Wenen. De stad stond al langer op mijn wenslijstje en dit vonden we een mooie gelegenheid. Anders zou het toch maar weer naar achteren geschoven worden. Mijn moeder heeft er altijd van gedroomd om Wenen te bezoeken. Een extra reden voor ons om te gaan.
Zo vertrokken wij op 14 augustus in alle vroegte naar de luchthaven voor de vlucht van 7u05 naar Wenen. Goed anderhalf uur later stonden we al op Wenen airport. Meer dan ideaal dus. 
Met de bus naar het hotel, inchecken ging uiteraard nog niet maar onze koffers werden netjes in de bagagekamer gezet en gewapend met een stads- en metroplan gingen wij er snel met ons tweeën vandoor. Het weer was wat grijzig maar dat mocht de pret niet drukken.
Uiteraard moest er eerst koffie gedronken worden, in Weense stijl, bij een van de bekende Wiener Cafés. Café Mozart had de eer om ons de eerste wiener melangete mogen schenken. Aan 5,50 euro voor een kleine tas wel goed aan de prijs maar kom, je bent tenslotte niet in Wenen geweest als je die bijzondere gelegenheden niet bezocht hebt.
 
Verder hebben we ons gewoon ondergedompeld in al het moois wat er in Wenen te zien is. Gebouwen, immens veel imposante gebouwen, paleizen en tuinen voornamelijk. De Hofburg, Schloss Schönbrunn, Schloss Belvédère, Wiener Staatsoper, Burggarten, Museumsquartier, … maar ook gewone huizen ‘in de rij’. Veel te veel om in vier dagen te kunnen bevatten. En dan heb ik het nog niet gehad over de vele kerken. Een walhalla voor architectuurliefhebbers, eigenlijk voor kunstliefhebbers in het algemeen.
Natuurlijk moesten wij, als regelrechte toeristen, ook een ritje op het Riesenrad  maken. En dan heel snel weer weg van het Prater, want zo’n druk pretpark is echt onze stijl niet. 
Ga ik nog terug naar Wenen? Neen, want ik voelde geen binding met deze stad. Het is mij te klassiek, te popperig, te braaf, te statig, te koel, te veel toegespitst op Franzl & Sissi, op een sprookje waarvoor ik helaas te veel met beide voeten op de grond sta.